Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
zijn: Ie eene juiste opvatting van de gronden en eene beknopte
doch logische verklaring van deze; 2e het stellen en verklaren
van den op die gronden steunenden regel voor het debiteeren
het crediteeren; 8e een juiste benaming en indeehng der
rekeningen; en 4e een stelselmatige samenhang van het geheel.
Daar het in de afdeeling van dit werkje, over de theorie
handelende, den gang der redeneering te zeer zoude storen,
indien ik daar herhaaldelyk wees op hetgeen mij minder juist
en minder stelselmatig voorkomt in de werken van schrijvers,
die door velen tot nog toe als autoriteiten in het boekhouden
worden beschouwd, kan de Inleiding daartoe de geschikste
plaats geacht worden.
Zoo iemand dan ben ik overtuigd, dat het geene dankbare
taak is, stellingen, die langen tyd als waarheden hebben ge-
golden, met den naam van dwalingen te bestempelen, en ik
beken volgaarne, dat ik daartoe niet dan na veel aarzeling
ben overgegaan. Ik meende er toe te moeten besluiten, ge-
drongen als ik werd door de kracht der waarheid, althans
door wat mij na lang en veelzijdig onderzoek toescheen in deze
de waarheid te zyn. Dat ook dit gedeelte van mijn arbeid, waar
het gevaar van onwillekeurig te kwetsen zoo groot is, voor
mij niet het aantrekkelijkste was, zal men licht begrijpelijk
vinden, als ik verklaar, dat het verre van mij is, het streven
en het werk van anderen gering te schatten; en nog minder
mijne bedoeling er met minachting op neer te zien, al mochten
mijne inzichten ook nog zoo zeer van de hunne afwyken. Ook
ik zou kunnen falen. Met den Duitschen dichter zeg ik echter:
„Jeder sage was ihm Wahrheit dünkt, und die Wahrheit selbst
sei Gott empfohlen."
BU de vervaardiging van dit werkje ben ik van de veronder-
stelling uitgegaan, dat de lezer eene algemeene kennis van den
handel bezit, alsmede van de termen, documenten en schrifturen,
die daarin voorkomen. Mocht dit evenwel niet het geval zijn,
en hem practische gelegenheid tot het verki'ijgen dier kennis