Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
bovendien de aansprakelijkheid der gezamenlijke hoof-
den (bijv. in naamlooze vennootschappen) beperkt kan
zijn, blijkt hieruit, dat de Bezittingen en Schulden,
als zoodanig, geene betrekking hebben rechtstreeks op
-het Aansprakelijke hoofd, maar wel op de Zaak. (1)
§ 21. Bezittingen en Schulden zijn als zoodanig alleen
te beschouwen in betrekking tot de Zaak, waarvoor
men boek houdt. (2)
§ 22. beide termen, waardoor alle betrekkingen
van verantwoordelijkheid worden aangeduid, zijn:
Schuldig of Debet zijn, en
Tegoed hebben, Schuldeischend- of Credit zijn.
Het plaatsen van den verantwoordingschuldige in
(1) Bij naamlooze venuootscliappeu is dit duidelijk genoeg, maar ookvooi*
zaken, waarin sleclits één persoonlijk hoofd is, gelooven wij dit met het volgende
voorbeeld genoegzaam te kunnen aantoonen. Namelijk ingeval van faillissement
blijft wel de persoon, als de individu voor wiens rekening en gevaar de
zaak gedreven wordt, de natuurlijke en wettige borg of aansprakelijke voor
het te kort in zijne zaak, doch is hij dit niet jegens eiken crediteur recht-
streeks of afzonderlijk, maar wel tegenover alle crediteuren gezamenlijk;
want zoo hij nog eenig particulier vermogen bezit, of later nog vermogen
mocht komen te bezitten, mag hij daarmede niet eenigen bijzonderen
crediteur willekeurig voldoen, maar is hij verplicht dit vermogen aan de
massa zijner zaak aftestaan, en alle crediteuren moeten daarvan pondsponds-
gewijze hun aandeel ontvangen.
Waar dus het aansprakelijke hoofd niet het recht heeft, ten allen tijde
rechtstreeks in aanraking te treden met enkele der crediteuren zijner zaak,
daar kunnen ook de crediteuren (of in het algemeen de bezittingen en
schulden), niet geacht worden, ieder afzonderlijk rechtstreeks in betrekking te
staan tot het aansprakelijke hoofd.
(2) Het is zeer noodig dit in het oog te houden, daar er anders gemak-
kelijk begripsverwarring zou kunnen ontstaan, wat bij het Dubbel boek-
houden maar al te veel plaats heeft. Bijv. eene schuld van de zaak
aan een persoon, is wel tezelfder tijd voor dien persoon eene bezitting, daar
hij eene vordering op de zaak verkrijgt, maar men gelieve te bedenken, dat
men niet boekhouden moet van „de bezittingen en schulden van derden"
maar wel en uitsluitend van die zijner eigen zaak.