Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
THEORIE.
Van de gronden.
Ofschoon het boekhouden min of meer vereischte is
in alle zaken of ondernemingen, van wier aangelegenheden
men aan zichzelf of anderen, met betrekking tot hunne
soort, hoeveelheid en waarde, nauwkeurig rekenschap
wil geven, zijn het vooral de handels- en fabriekszaken,
die aan zijne toepassing de meeste behoefte hebben,
omdat zij hoofdzakelijk zijn gegrond op ruil, of wisse-
ling van waarden.
Ieder, die zijn beroep maakt van handelszaken, is, in-
gevolge het Wetboek van Koophandel, verplicht dagboek
te houden, in een of meer boeken, waarin van dag tot
dag in geregelde orde en opvolging, zonder witte vak-
ken, tusschenregels of kantteekeningen, moeten worden
aangeteekend zijne inschulden (vorderingen) en schulden,
de ondernemingen in zijnen handel, de trekkingen, ac-
ceptatiën en endossementen van wissels en in het
algemeen alles, wat hij ontvangt en uitgeeft, van welken
aard dan ook. (Wetb. van Kooph. art. 6). (i)
Ook is hij verplicht, alle jaren binnen de zes eerste
(') Om het gewicht der verpliehting tot Boekhouden, die de Wet ojjlegt,
te leeren kennen, verwijs ik naar Art. 2 en 3 der wet van 10 Mei 1837;
Staatsblad n''. '21.