Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
alleen de waarden in geld, wissels, goederen of andere voor-
werpen, maar ook de vorderingen op personen, en tot de
Schulden niet alleen de nog te betalen traites en promessen,
maar evenzeer de schulden aan persoonlijke crediteuren. Stel
bijv: dat iemand zijne zaken heeft aangevangen met een
eigen kapitaal, gefourneerd in baar geld, wissels, goederen
enz., — ja, nu zullen de rekeningen van Kassa,"Wissels, Goe-
deren, waarop die waarden respectief geboekt zijn, „den koop-
man" met zijne Bezittingen volkomen vertegenwoordigen,
maar korten tijd daarna kunnen al die soorten van waarden
uit de zaak verdwenen zijn, en kan het gebeuren, dat den
koopman, hoewel nog even rijk, misschien rijker dan toen hij
zijne zaken begon, thans niets anders overblijven dan vorde-
ringen op derden. (') Kan men nu beweren, dat er geene Be-
zittingen meer aanwezig.zijn? Dit te doen, ware ongerijmd!
Wel zün de Bezittingen van soort veranderd, en deze toestand
kan voor een handelaar zeer lastig worden, daar hij, bij gebrek
aan genoegzaam crediet, in staat van faillissement zou ge-
raken , zoo hij niet door bemiddeling van de rechtbank wettig
uitstel van betahng (surséance) kan verkrijgen, waardoor het
hem mogelijk wordt, weder vlottende middelen te bekomen,
om daarmede zijne zaken voort te zetten.
Hiermede acht ik het voldoende bewezen, dat niet eenige
der rekeningen „den koopman" vertegenwoordigen, maar dat
daartoe behooren al de rekeningen te samen, geene uitgezonderd.
Ik wil mij er van onthouden, andere onjuistheden van meer
of minder ondergeschikten aard aan te halen, in het ver-
trouwen, dat zij gemakkelijk in het oog zullen vallen, als
men zich met mijne theorie in hoofdzaak kan vereenigen.
Ten slotte kan het voor velen niet ondienstig geacht wor-
den, hier de voornaamste punten van verschil aan te geven van
mijne theorie met de bestaande inzichten van anderen over
hetzelfde onderwerp.
(') Of liij bovendien al of niet Schulden heeft, daarvan is hier geen sprake.