Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
■wordt hiermede geen kenmerk van den crediteur aangeduid,
maar alleen gezegd, hoe de zaak tegenover hem moet staan.
Ook hier gaat men bovendien van tweeërlei standpunten uit;
bij het zoeken naar den debiteur stelt men zich op het stand-
punt van de rekening, en bij het zoeken naar den crediteur
op dat van de zaak.
De schrijver zelf schijnt de ongenoegzaamheid van zijn regel
ingezien te hebben, want bij wijze van toevoegsel beveelt hij
aan, zich telkens de vragen te stellen: „Welke persoon of on-
persoonlijke rekening heeft ons geld of geldswaarde gekost?"
Het antwoord hierop, zegt hij, geeft den debiteur aan. En
„welke persoon of onpersoonlijke rekening heeft ons geld of
geldswaarde ingebracht?" Het juiste antwoord hierop moet
den crediteur aanwijzen.
In de meeste gevallen zal dit wel zoo zijn; doch ik ben
overtuigd dat deze vragen tot een verkeerde uitkomst, althans
tot dubbelzinnigheid zullen leiden, als ze toegepast worden
bij de rekeningen van middelen van betahng, Kassa, Wissels, enz.
Wanneer met deze bij-regels en hulpmiddelen het vinden
van den debiteur en crediteur zeer gemakkelijk werd gemaakt,
zou men er uit een practisch oogpunt vrede mede kunnen
hebben. Aangezien dit evenwel het geval niet is, acht ik ze
geheel verwerpelijk, even als alle andere regels, door welke
men geen helder inzicht verkrijgt in en van de naaste oor-
zaken , of de grondige reden voor het debiteeren en crediteeren.
Het aanwenden van hulpmiddelen tot het vinden van den
debiteur en crediteur kan alleen verschooning vinden, wanneer
men genoodzaakt is zich te behelpen. Voor ieder echter, die-
met rekenpUchtigheid te maken heeft, hetzij koopman, fabri-
kant, administrateur, boekhouder, rechter of advocaat, maar
vooral voor den onderwijzer in het Boekhouden, is het
van het grootste belang, er een grondig inzicht en een juist
overzicht van te hebben.
Het gebrekkige begrip, dat men tot nu toe van de grond-