Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
doch het is mij na raadpleging der beste bronnen, niet bekend
geworden, dat men in Engeland, Frankrijk of zelfs in het zoo
hoog geroemde, wetenschappelijke Duitschland, veel verder dan
bij ons tot de wezenlijke gronden der wetenschap van het
Dubbel Boekhouden is doorgedrongen. Wel heeft een Duitsch
schrijver, Wagner, in zijne „Lehre der doppelten Buchhaltung"
een nieuwen regel voor het debiteeren en crediteeren aan de
hand gedaan, doch hoewel hij ons eenigszins nader aan de
waarheid brengt, blijft hij niettemin gebrekkig en verward,
terwijl de schrijver omtrent de gronden niets nieuws zegt, en
•even als allen, die meer dan één regel voor het debiteeren en
•crediteeren stellen, in verzuim blijft, het verband tusschen den
regel en de gronden aan te toonen.
Hij zegt:
„Elke persoon of rekening, die aan ons schuldig is, wordt Dehet;
„Elke persoon of rekening, aan wie wij schuldig worden,
-wordt Credit;
'Of, zooals hij verder samentrekt:
„Debet is degeen, die ons schuldig is,
„Credit is degeen, aan wien wij schuldig worden,"
of, zoools men in goed Hollandsch er uit lezen moet:
Schuldig is degeen, die ons schuldig is,
Schuldeischend is degeen, aan wien wij schuldig worden.
Mij dunkt, hiermede komt men niet veel verder, omdat deze
regel, even als zoo vele andere, niet voldoet aan het eerste
vereischte van een regel om iets te vinden, hetwelk bestaat
in: het aangeven der hoofdkenmerken van hetgeen gezocht moet
worden.
Als, gelijk hier geschiedt, om den debiteur te vinden, alleen
wordt gezegd, dat hü „schuldig" moet zijn, dan wordt er geen
ander kenmerk aangegeven, dan hetgeen reeds bekend is;
men is dus niets gevorderd.
En wanneer men als middel om den crediteur te vinden,
slechts aangeeft, dat de zaak schuldeischend moet zijn, dan
2'