Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Geven en ontvangen zijn, wanneer zij voorkomen, niet de
naaste oorzaken voor het deb'iteeren en crediteeren, maar wel
stellen zij den ruil daar, die de grondvorm van den handelis.
Wanneer elke handelstransactie met betrekking tot vordering
en schuld altijd onmiddeiyk vereffend wierd, zou boekhouding,
hoewel er gift en ontvangst hebben plaats gehad, geheel over-
bodig kunnen zijn; daar evenwel wegens de afstanden tusschen
handelaars, en de usance van crediet, de vereffening zelden
onmiddelijk plaats heeft, ontstaat daaruit de behoefte om te
weten, aan wien men crediet heeft gegeven, of van wien
men dit heeft genoten, m. a. w. een toestand van verant-
woordelykheid, waaruit de noodzakelijkheid van het boek-
houden voortvloeit en die er den grondslag van uitmaakt.
Het naastliggende beginsel dus, waarop het boekhouden in
het algemeen steunt, is dat van verantwoordelijkheid wegens
de Bezittingen en Schulden, of de waarden, welke men bezit
en die men schuldig is.
Het ontstaan en het tenietgaan nu van Bezittingen en
Schulden, waarvan verantwoording moet gedaan worden, zijn
niet altijd het onmiddelijke gevolg van ontvangen en uitgeven;
deze primitieve oorzaken liggen dikwyls op eenigen afstand,
en zijn daardoor moeielijk op te sporen, terwijl voor hen, die
eenigermate met den handel vertrouwd zijn, de kenmerken
van het ontstaan en het tenietgaan van bezittingen en schul-
den veel meer voor de band liggen, en derhalve gemakkelijk
te onderscheiden zyn.
Het is dus niet alleen meer logisch, het ontstaan en het
tenietgaan der Bezittingen en der Schulden tot grondslag
voor den regel van het debiteeren en crediteeren aan te nemen,
dan het ontvangen en het geven van tvaarden, maar ook in
vele gevallen is het meer doeltreffend, en altijd zeer verkies-
lijk tot het verkrijgen van een duidelijk begrip van het hoe
en waarom van het debet- en credit worden.
Tot nog toe sprak ik alleen van Nederlandsche schrijvers,