Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bij liet boeken van Winsté
onderscheiden:
dat de Verlies- en Winstrekening een 07
Kapitaalrekening (de rekening van den chef of het
keiyke hoofd), dus van eene persoonlijke rekening;
dat persoonlijke rekeningen behooren tot de Gemengde re-
keningen (van Bezittingen en Schulden);
dat verlies eene vordering van de zaak veroorzaakt op het
aansprakelijke hoofd, dus voor haar eene Bezitting doet ontstaan,
■welke als zoodanig op de debetzijde van de rekening dier be-
zitting moet geboekt worden, en
dat winst eene Schuld der zaak voortbrengt aan het aan-
sprakelijke hoofd, en dus als eene Schuld die ontstaat, op de
creditzijde van de rekening dier schuld moet worden geboekt.
(Zie Theorie bladz. 39).
Dat ontvangen en uitgeven niet de ware reden voor het de-
biteeren en crediteeren zijn, moge blijken bijv. uit het geval,
dat B eene partij goederen in consignatie (ten verkoop) van A
ontvangt. Niettegenstaande B deze goederen ontvangt en er
mede handelt alsof het zijne eigen goederen zijn, moet bij
hem de Goederen-rekening noch eenige andere er voor worden
gedebiteerd, daar het voor hem geene Bezitting doet ontstaan,
maar goederen van A zijn en blijven, zoolang zij niet
verkocht zijn, terwijl eerst na den verkoop het bedrag van de
opbrengst door B aan A moet worden verantwoord.
Ook niet het leveren (uitgeven) der goederen door A aan B, maakt
den eersten totden credit6urvandenlaatsten;wantookinditgeval
krijgt Aop B niet eerder eene vordering, dan nadat deze de goederen
verkocht heeft; en alsdan voor het netto bedrag der opbrengst.
Nog een ander voorbeeld: Een bankbillet uit de kas der
zaak gaat door verbranding verloren. De Verlies- en Winstre-
kening zal hiervoor moeten gedebiteerd worden; doch niemand
zal met giond kunnen beweren, dat in dit geval iemand of
iets dit geld ontvangen heeft.
2