Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Zeer apodictisch inderdaad! doch men zon met evenveel
recht aldus kunnen redeneeren: de Winst en Verliesrekening
verschaft of geeft de verliezen en wordt credit, zij neemt de
Winsten over of ontvangt dezelve en wordt debet, en ik durf
beweren, dat de laatste redeneering voor niet-deskundigen
veel waarschijnlijker klinkt dan de eerste, daar er bij verlies,
toch iets verloren gaat of uitgegeven, en bij Winst iets ver-
kregen of ontvangen wordt.
W. N. Dinger'zegt op Pag. 99 en 100 van zijne Handleiding
tot de beoefening van het boekhouden, 4« druk:
„Aan het woord crediteeren zijn verbonden twee denkbeel-
„den: uitgegeven en schuldeischend zijn. Nu is het echter
„duidelijk, dat de Winst- en Verliesrekening door de overname
„van een saldo in haar credit wel crediteur wordt, A.i. geacht,
„iets te liebben uitgegeven, zonder dit evenwel in de werkelijkheid
„te hébben gedaan. Waarlijk, bewijs genoeg voor winst. Evenzoo
„is het met do debetzijde. Het bewijs, dat het debet der
„Winst- en Verliesrekening verlies moet zijn, levert deze re-
„kening zelve, omdat zij gedebiteerd wordt, d. i. geacht,
„iets te hebben ontvangen, zonder dit nogtans werkelijk te hebben
„gedaan."
Inderdaad, uit bovenstaande redeneering zal evenmin het
bewijs kunnen gevonden worden, dat de schrijver meent ge-
geven te hebben, als eenig verband met den door hem gestel-
den algemeenen regel, dat ontvangen en uitgeven de eenige
oorzaken van het debiteeren en crediteeren zijn.
Categorisch wordt door hem als algemeene regel gesteld,
dat in het positieve geval van ontvangen eene rekening moet
worden gedebiteerd, en in het positieve geval van uitgeven
gecrediteerd, terwijl in de aangehaalde redeneering wordt ge-
zegd, dat in de negatieve gevallen van niet ontvangen en niet
uitgegeven, de Winst- en verliesrekening toch zeer positief
moet worden gedebiteerd en gecrediteerd. Ik zoek te vergeefs
naar den gezonden zin!