Boekgegevens
Titel: Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Auteur: Brenkman, N.
Uitgave: 'sGravenhage: Joh. IJkema, 1882
'sHage: Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2221
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203452
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden, hoofdzakelijk in betrekking tot den handel, critisch ingeleid, met toelichtende voorbeelden, en aanschouwelijke voorstellingen van de grondbeginselen van verantwoordelijkheid en evenwicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
aan of van de zaak, waarvan men boekhoudt; eenig en altyd
aan of van de zaak.
De formule is deze:
A debiteur staat tot de zaak in eene tegenovergestelde be-
trekking, als B crediteur staat tot de zaak; — of, A wordt
• schuldig aan de zaak voor hetzelfde bedrag, waarvoor B te
vorderen krijgt van de zaak.
Evenals in eiken anderen meest eenvoudigen post, zouden
in theorie hieruit twee journaalposten worden geboren:
A (debet) aan de zaak (credit), en
de Zaak (debet) aan B (credit).
Daar echter de zaak steeds in den eenen post zou worden
gecrediteerd voor hetzelfde, waarvoor zij in den anderen wordt
gedebiteerd, wordt in de praktijk de term ,^aak" telkens ver-
waarloosd, en alleen de eerste debiteur en de laatste crediteur
behouden.
Bijv. A (debet) door B (credit).
Hunne oorspronkelijke eigenschappen van debiteur en crediteur
blijven A en B behouden. Evenzoo blijven hunne betrekkingen
tot de zaak, hoewel dit niet in woorden wordt uitgedrukt,
inderdaad bestaan. Dit niet in te zien, of zulks te ontkennen
is eene dwaling, die tot veel duisters en tot veel wanbegrippen
aanleiding geeft.
Vooreerst komt mij die dwaling voor de oorzaak te zijn
geweest, dat men vroeger, en gedeeltelijk ook nog tegenwoordig,
een verkeerden vorm aan de journaalposten geeft, wat niet
alleen het blijven voortbestaan van het verkeerde begrip in
de hand werkt, maar bovendien, zooals door sommigen
(Droogleever Fortuyn e. a.) reeds is aangetoond, omslachtig,
is, en tot niets nuttig. Het gebruik van het woordje „aan"
tusschen den debiteur en den crediteur heeft jammerlijk
bijgedragen om de dwaling omtrent het wederkeerig verband
tusschen die beiden te bestendigen; het woord „door" zou
juister zijn, wanneer men • den ouden vorm wil gebruiken,