Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 77 —
''ig- 3- lans bestaat uit een juk A B (Fig. 3), meestal
van ijzer of koper, en in 't midden van zijne
lengte doorboord. Door de midden-opening is
een zoogenaamd mes heengestoken, met welks
scherpen kant het juk op een' dubbelen ring,
waaraan het hangt, rust. Aan de beide uit-
einden zijn schalen bevestigd, in eene van
welke men het ligchaam legt dat gewogen moet worden,
terwijl men in de andere zóó veel gewigt plaatst, als noo-
dig blijkt om tot evenwigt te geraken. Of dit het geval
is, ziet men aan de tong of den evenaar D, die , met het
juk één geheel uitmakende, zich juist in zijn huisje E moet
bevinden. Men besluit uit dat evenwigt, dat de zwaarte van
het ligchaam geheel gelijk is aan de gewigten, die zich in de
andere schaal bevinden, wanneer namelijk de beide deelen
A C en B G van het juk volkomen even lang zijn. Want het
punt G is hier het steunpunt, en volgens het vroeger gezegde
zullen gelijke gewigten evenwigt maken, wanneer hunne op-
hangpunten op gelijken afstand van het steunpunt verwijderd
zijn. Maar tevens is het klaar, dat, wanneer de beide af-
standen AG en BG, die men de armen van de balans
noemt, niet even lang zijn, de beide lasten ook niet even
zwaar zullen zijn, als zij evenwigt maken, en dat men dus,
als men met eene balans, waarvan de armen niet even lang
zijn, op de gewone wijs weegt, het ware gewigt van het
ligchaam niet zal vindöR. Zoodanige balans noemt men
valsche balans, omdat zij bedriegelijke uitkomsten geeft.
Gebruikt een winkelier zulk eene balans, en legt hij de
waar die hij verkoopen wil in de schaal, die aan den läng-
sten arm hangt, zoo vindt hij daarvoor een te groot gewigt,
en de kooper, die den prijs betaalt naar dat te groote ge-
wigt, komt daarbij te kort. Was bijv. de eene arm langer
dan de andere, dan zou men bij zoodanige weging het
gewigt van het ligchaam ook ^ grooter vinden dan het in-
derdaad is.
Het is dus van belang, dat men in staat zij, bij eene ba-
lans te onderzoeken, of de armen even lang zijn. Hiertoe
is een zeer eenvoudig middel voorhanden. Men legge een
ligchaam in de eene schaal, en vermeerdere de gewigten in