Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 75 -
de ophangpunten ligt, ondersteunen. Zijn de beide gevvig-
ten bijv. 10 en 12 pond, dan zal de ondersteuning 22 pond
kracht moeten kunnen uitoefenen; want de stok, waaraan
in 't geheel 22 pond gewigt hangt, zal op het steunsel
juist zoo veel drukking uitoefenen; en die drukking moet
door eene even groote tegendruk king in evenwigt gehou-
den worden. Als wij de proef nemen, om een' stok, die
op deze wijze met twee gewigten bezwaard is, op den
top van een' vinger te dragen, dan ontdekken wij nog eene
bijzonderheid, die opmerking verdient, fiet blijkt dan,
dat het lang niet onverschillig is, waar wij het onder-
steuningspunt C kiezen; en dat er maar één punt is,
waarop wij, den stok ondersteunende, het geheel in rust
kunnen houden. Kiezen wij in plaats daarvan eenig ander
punt, dat nader bij A of B ligt, dan zien wij den toestel
wel niet regt naar beneden gaan (want dit wordt door de
ondersteuning belet), maar om dat punt omslaan of kante-
len. Meten wij nu, hoever dat eenige punt C van de pun-
ten A en B verwijderd is, dan vinden wij het juiste midden
tusschen A en B, indien de twee gewigten, die aan A en B
hangen, even zwaar zijn; terwijl het daarentegen, bij gewig-
ten van ongelijke zwaarte, het naast bij het ophangpunt
van het zwaarste zal gevonden worden, en wel juist zoo
veel maal nader bij , als dat gewigt zwaarder is dan het
ander. Met andere woorden, het punt C blijkt zóó gelegen
te zijn, dat de afstand C B staat tot den afstand C A als
de grootte van het gewigt in A tot die van het gewigt in
B. Hangen wij dus aan de einden van een' stok of staaf
van 11 palm lengte en stevig genoeg om niet van belang
door te buigen, twee ligchamen, die 12 en 10 pond we-
gen, dan zullen wij dien slok op 5 palm afstand van het
zwaarste ligchaam moeten ondersteunen; want dan zijn
de afstanden 5 en G palm, en dus omgekeerd evenredig
aan de gewiglen. Er zal echter voor het evenwigt nog
gevorderd worden, dat men een klein overwigt aanbrenge
aan het kortste einde van de staaf, omdat dit op zich zelf
ligter is dan het langere. De noodzakelijkheid daarvan blijkt
voldingend, als men de gewigten alleen weèr wegneemt;
de staaf zal dan haren stand blijven behouden, zoodat wij