Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
op den steen met een vermogen van 5 pond. Is daaren-
tegen de kracht, die naar Loven werkt, grooter dan die,
welke naar Leneden trekt, dan ontstaat er Leweging; dit
heeft plaats als wij een gewigt opligten.
Om dus Lijv. een ligchaam, dat 25 pond zwaar is, op te
Leuren, moet onze arm eene opwaartsche kracht van meer
dan 25 pond uitoefenen, en hoe meer deze kracht het ge-
wigt van het ligchaam te Loven gaat, met des te meer snel-
heid zal het opbeuren geschieden.
Hangen wij het zware ligchaam aan een' stok en nemen
wij in elke hand een van de einden van dien stok, dan
dragen heide handen te zamen het gewigt van het ligchaam.
Hier maken twee krachten, die opwaarts werken, zamen
evenwigt met eene kracht, die nederwaarts werkt. Elke van
die twee krachten Lehoeft dan ook zoo groot niet te zijn;
want iedere hand draagt maar een gedeelte van het gewigt.
Hierbij moet men echter twee gevallen wèl onderscheiden.
Hangt het gewigt volkomen in het midden, dan draagt elke
hand juist de helft van den last; hangt het gewigt niet in
het midden, dan zal men ondervinden, dat die hand,
welke er het naast bij is, het grootste gedeelte van den last
heeft te dragen. Hetzelfde gebeurt, wanneer twee man een'
last, bijv. een vat met wijn of bier, die aan een' draag-
boom hangt, op de schouders torschen, of wanneer twee
personen een' last op «ene berrie dragen. De ondervinding
leert dan, dat, als hel vat of de last niet in het midden
geplaatst is, de een meer te dragen heeft dan de ander; en
dragers zijn er daarom steeds op uit, goed toe te zien of de
last wel juist in het midden hangt. Zoo zal ook, wanneer
een last op twee schragen of standaards rust, de eene schraag
of standaard meer te dragen hebben dan de andere, als de
last niet in het midden drukt.
Zoo als hier twee opwaarts werkende krachten evenwigt
maken met e'én' last, zal, omgekeerd, ééne opwaarts wer-
I'ig- 2. kende kracht evenwigt maken met twee
A-. ^-fi ^ die naar beneden werken, wanneer wij
aan de einden van een' stok twee ge-
[i^ wigten hangen, en dien stok in een
punt C (Fig. 2), dat ergens tusschen