Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
73 —
(laad zulke ligchamen gevonden worden? Meestal Lezigen wij
het woord ligt van minder sterk drukkende ligchamen, en
dan is het eene onjuiste spreekwijze en zou men naauwkeu-
riger spreken van meer en minder zware ligchamen. Als wij
een pluisje op de hand leggen, dan voelen wij wel is waar
geen drukking, maar dat geeft nog geen regt om te zeggen,
dat de pluis niet drukt, het zou kunnen zijn, dat de druk-
king zóó gering is, dat het ons gevoel aan genoegzame fijn-
heid ontbreekt om ze waar te nemen. En dat is juist het
geval, want als men ligte ligchamen in eene gevoelige weeg-
schaal legt, dan bespeurt men, dat zij toch ook eene druk-
king naar beneden oefenen; zelfs een stukje van het dunste
papier, een nietig veêrtje zal de schaal doen doorslaan. En
al ware een stofje zóó klein, dat ook de fijnste weegschaal
er niet van doorslaat, dan mogen wij uit die omstandig-
heid loch nog niets meer besluiten, dan dal de drukking
niet merkbaar is.
Op grond van genoemde overeenstemming lusschen vallen
en zwaar zijn, schrijven wij beide verschijnselen aan de-
zelfde oorzaak toe en wij zeggen; een ligchaam is zwaar,
of heeft gewigt, omdat de aarde het naar zich toetrekt.
Maar waarom -valt dal zware ligchaam dan niet? Omdat
hel op- of tegengehouden wordt door het voorwerp, waar
het tegen drukt; waar het, gelijk men zegt, op ligt, of
waar het door gedragen wordt. Wij moeten het zware lig-
chaam dus aanmerken als onderworpen aan de werking
van twee krachten, aan de aantrekking der aarde en aan
de legendrukking van de onderlaag of het steunsel, en deze
krachten moeten juist even groot zijn, of zij gingen niet
tegen elkander op, en het zware ligchaam zou niet in
evenwigl zijn. Leggen wij dus een' sleen, die 3 pond zwaar
is, op de tafel, dan trekt de aarde dien steen met een ver-
mogen van 3 pond omlaag, en de tafel drukt hem met
eene kracht ook van 3 pond omhoog. En even zoo moeten
wij de zaak beschouwen, wanneer wij een ligchaam ophan-
gen of hel met de hand vasthouden. Hangt een gewigt
van 7 pond aan een' ketting, dan trekt die ketting het
gewigt met eene kracht van 7 pond naar boven. Houdt
men een' steen van 5 pond in de hand, dan werkt de hand