Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
II.
Zwaar zijn.
Met de eigenschap der ligchamen om te vallen, gaat
eene andere even algemeene gepaard, die wij mede uit de da-
gelijksche ondervinding kennen: de ligchamen zijn zwaar.
Daaronder verstaan wij, dat een ligchaam, als wij het op
de hand leggen, eene drukking op die hand uitoefent, en
wel eene drukking naar beneden. Is die drukking grooter
dan de kracht van den arm, om daaraan tegenstand te bie-
den, dan gaat de hand werkelijk naar beneden, en het lig-
chaam valt. Ook zonder onze eigen hand daartoe le gebrui-
ken, kan het blijken, dat het zwaar zijn in eene drukking
naar omlaag bestaal. Leggen wij toch een ligchaam op een
kussen of op eene veêr, dan worden deze naar beneden in-
gedrukt. De kast van een rijtuig drukt de veêren, waarop
het rust, plat. Een steen, op een' hoop los zand gelegd,
drukt dat zand voor een deel ter zijde, en zakl er lol op
eenige diepte in. Het een of ander voorwerp in de eene
schaal van een weegschaal geplaatst, doet die schaal door-
slaan en zinken. Het is die drukking, welke een ligchaam,
omdat het zwaar is, naar beneden oefent, welke wij hel
gewigt van het ligchaam noemen. De beide uitdrukkingen-
een ligchaam is zwaar, en een ligchaam heeft gewigt, be-
teekenen hetzelfde.
Dat zwaar zijn, dat drukken naar beneden is een ver-
schijnsel , dat met het vallen in naauw verband staal. Voor-
eerst laten beide verschijnselen zich aan hetzelfde ligchaam
waarnemen. Ten andere hebben beiden eene merkwaardige
omstandigheid gemeen, le weten: de rigting, volgens welke
de vrije val plaats vindt, is dezelfde waarin, bij ondersteu-
ning van het ligchaam, de drukking zich openbaart. Het
is altijd de rigting van een vrijhangend pas- of peillood.
Even als er ligchamen zijn, die niet omlaag gaan, w'an-
neer men ze loslaat, zijn er ligchamen, die wij zeggen dat
niet zwaar, of met één woord, ligt zijn. Als zwaar zijn
beteekent, dat een ligchaam eene drukking naar beneden
oefent, dan moet ligt zijn beteekenen, dat een ligchaam of
geen, of eene drukking opwaarts uitoefent. Zouden er inder-