Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 71 —
cliaam, dal voortgesloolen was in de rigüng OA, inder-
daad een weg O a'é'c' doorloopi, welken wij gemakkelijk
kunnen teekenen, zoodra wij welen , hoe groot de aanvan-
kelijke snelheid 0« is; in de figuur is deze op-iOel geno-
men. Deze berekening vindt hare toepassing in het schieten
met pijl en hoog, met geweer en kanon. Evenwel mag hier
wegens de ongemeene snelheid der voortgeworpen ligchamen,
die voor geweerkogels wel 480, voor kanonkogels 740 ellen
kan Ledragen, de tegenstand der lucht niet Luiten aanmer-
king Llijven, waardoor de aard der kromme lijn eenigermate
gewijzigd wordt. Zoo veel intusschen zien wij daaruit, dat,
wanneer de jager aanlegt in eene rigting O A, zijn kogel
niet in c zal komen, maar in een lager punt c'; dat hij dus
om een punt c' te treffen, moet aanleggen in eene rigting
Oc, en dat deze rigting des te hooger zijn moet, naar mate
de kogel langer onderweg Llijft, en dus langer vallend is,
eer hij het doel bereikt. Het is ons nu klaar, waarom een
ongeoefend schutter altijd het doel missen moet, als het
niet zeer digi Lij hem is.
Nu wij hebben ingezien hoe een ligchaam valt, ligt eene
andere vraag voor de hand: waarom valt een ligchaam, als
hel aan zich zelf overgelaten wordt? Dat de ligchamen al-
tijd naar beneden vallen, dat is naar den grond, moet ons
doen onderstellen, dal de grond, welligt de geheele aarde,
eene werking oefent op de ligchamen; dat de oorzaak
van het vallen dus in de aarde moet gezocht worden. Is
deze onderstelling juist, dan zou daaruit volgen, dal, indien
de aarde kon weggenomen worden , een ligchaam, dat los-
gelaten wierd, niet zou vallen, maar op de plaats, waar hel
zich bevond, zou blijven. Maar de aarde kunnen wij niet
wegnemen; regtstreeks zijn wij alzoo niet in staat door proef-
neming tot zekerheid te geraken omtrent het gegronde onzer
onderstelling. Later, als wij hierop terugkomen, zullen wij
zien, dat er toch inderdaad geldige redenen voor bestaan.
Meer evenwel zal ons dat nader onderzoek niet leeren, dan:
wcidr de oorzaak van het vallen te zoeken zij. Hoe de aarde
die werking oefenen kan op een ligchaam, dat op een' af-
stand daarvan verwijderd is, dat is eene van de vele dingen
waarvan wij lol nog toe niets weten.