Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 70 —
snelheid van el rijst het sec., en komt na 5 sec. op
het punt terug, van waar het opgestegen was. Is de snel-
heid bij het opstijgen in den beginne 49 el, dan kunnen
gemakkelijk uitrekenen, dat het
in de Istesecunde rijst 49 — 4.9 of 44.1 el,
/' '/ 2de „ 49 — 14.7 // 34.3 u
// 3tle // // 49 — 24.5 // 24.5 n
H n 4cle „ „ 49 _ 34.3 „ 14.7 „
u " öde ,/ ,/ 49 — 44.1 „ 4.9 „
te zamen 122.5 el,
terwijl het in de volgende 5 secunden weder zal dalen ,
beginnende met 4.9 in de ö^e secunde, en voortgaande tot
44.1 el in de lO^e secunde. Dat de beweging inderdaad
zoodanig is, als wij hier opgemaakt'hebben, is onderzocht
door proeven, die wij hier niet beschrijven kunnen, maar
die gebleken zijn vrij wel met de berekening in te stemmen.
Een voorbeeld van zoodanige beweging zien wij bij het op-
stijgen van vuurpijlen, die dikwerf bevonden zijn 400 a 450
ellen hoog te gaan (dat is omstreeks 3 maal de hoogte van
den Dom te Utrecht) en die daartoe 7 secunden gebruiken.
De regel voor het vallen gevonden, verklaart ons even
zoo, waarom een ligchaam, dat schuins opgeworpen wordt,
een' boog beschrijft, en geeft ons het middel, om dien
boog in bijzonderheden te leeren kennen. Onderstellen wij,
dat een kogel van O (Fig. 1) uitgestooten wordt in de
A rigting O A, en met eene
snelheid, die zoo groot is,
dat de kogel, indien de stoot
er alleen op werkte, in elke
secunde een' even grooten
wegOa, ab, hc zou afleg-
gen. Nemen wij daarbij in
aanmerking, dat de kogel,
eenmaal vrij zwevende, in de l^te secunde 4.9 el valt, en dat
ten gevolge daarvan de kogel zich niet in «, maar 4.9 el onder
a in a' zal bevinden; na 2 secunden niet in b, maar 19.C el
daaronder in b', na 3 secunden niet in c, maar 9 X 4.9 =
44.1 daaronder ine', dan Ijegrijpen wij waarom het lig-