Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 69
ligchaam vrij is, werkt er ook diezelfde oorzaak of kracht
op, die een ligchaam naar beneden doet vallen , en die ,
alléén werkende, het ligchaam in de eerste sec. 4.9 el
zon doen dalen, in de 2fle sec. 3 x 49 = 14.7 el, in
de Sde sec. 5 x 4.9 = 24.6. Ten gevolge nu van den
eens medegedeelden opwaartschen stoot en het gedurig val-
len tevens, zal het ligchaam telkens juist zoo veel gerezen
zijn als de verschillen der berekende rijzingen en dalingen
aangeven-, het zal dus na verloop
van de 1ste sec. gerezen zijn 24.5 — 4.9 = 19.6 el,
// // 2de ,/ „ ,/ 24.5 — 14.7 = 9.8
tf 3tle ,/ U 24.5 — 24.5 = O //;
zoodat de stoot alléén het ligchaam in de 3de secunde even-
veel naar boven zal hebben gedreven, als het enkel val-
lende lager zou zijn gekomen \ het moet zich dus aan het
eind der 3de secunde juist even hoog bevinden als aan het
eind der 2de. In de 4de secunde zou de stoot het wreder
24i el opwaarts brengen, maar de val doet het 7 x -4.9 =
34.3 el dalen-, het daalt dus werkelijk, en wel om 34.3 —
24.5 of 9.8 el naar beneden, d. i. juist evenveel als het
in de 2de secunde gerezen was; in de 5de zou het door
den stoot 24| el stijgen, door den val 9 x 4.9 = 44.1
dalen; het daalt dus 44.1 — 24.5=19.6 el, of juist even-
veel als het in de 1ste secunde gerezen was. Wij zien der-
halve, dat het ligchaam eerst stijgt, omdat de opwaartsche
snelheid, die er door den gegeven' stoot aan medegedeeld
is geworden, aanvankelijk niet geëvenaard wordt door de
vaart in tegenovergestelde rigting, die het enkel vallende
zou opdoen. Daar echter deze al toeneemt hoe langer de
val duurt, terwijl daarentegen de snelheid van den stoot
dezelfde blijft, zoo moet de beweging naar boven, die wer-
kelijk plaats grijpt, noodzakelijk vertragen. Ten laatste, als
het ligchaam eene zekere hoogte bereikt heeft, zal de oor-
spronkelijk daaraan gegeven opwaartsche snelheid door het
terugvallen geheel uitgeput geworden zijn, en de rijzing gaat
in daling over, waarbij de snelheid nu juist zóó veel toe-
neemt , als zij bij de rijzing verminderd was. Hoe hoog het
ligchaam rijzen zal, hangt hier af van de snelheid, die het
door den stoot in den beginne ontvangen had. Rij eene