Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— G6 -
Als wij een LlaJ papier uitgebreid in onze beide handen
nemen, en dat insgelijks loslaten, zoo zal het niet zoo lood-
regt naar beneden gaan als een steen-, het zal eindelijk wel
op den grond neder komen, maar eerst een' korten tijd
zweven, en dikwijls heen en weder gaan, eer het er ligt.
Andere ligchamen, die even als een vel papier, zeer dun
zijn of over 't geheel bij eene groote oppervlakte weinig
gewigt hebben, verkeeren in hetzelfde geval, beddeveêren
bijv., zoo ook zeer kleine ligchaampjes, als pluisjes en fijn
poeder. Ten langen laatste intusschen komen zij evenzeer op
den grond te land, en dat de reden der waargenomen
vertraging en afwijking van de rigting des peilloods niet in
den aard van de aangehaalde stoffen te zoeken is, blijkt
voldingend als wij ze zamenpersen-, zij vallen dan niet an-
ders dan een steen bijv. doen zou. Het is dus enkel de
meerdere uitbreiding, welke de ligchamen bezitten, die
hier verschil doet zien, en wij mogen daaruit nu reeds als
hoogst waarschijnlijk afleiden, dat dit verschil enkel aan
den tegenstand der lucht moet worden toegeschreven, 't geen
trouwens opzettelijke proefnemingen met vallende ligcha-
men in 't luchtledige buiten allen twijfel gesteld hebben.
Een en ander doet het er ons derhalve voor houden, dat
alle vaste lichamen en vloeistoffen, ten minste als zij geheel
vrij zijn, loodregt naar beneden vallen, dat daarentegen
het vallen alleen dan volgens een' boog of met zijdeling-
sche uitwijkingen geschiedt, als nog eenige andere oorzaak,
een stoot of een tegenstand, op het ligchaam werkt.
Waterdamp en rook zien wij in onregelmatige kringen
opstijgen in plaats van nederkomen. Het mogt alzoo schij-
nen of veerkrachtige vloeistoffen niet aan dezelfde valwet
onderworpen waren; wij zullen echter nader zien, dat dit
maar eene schijnbare uitzondering is, en dat alle ligchamen
zonder onderscheid te dezen aanzien op geheel dezelfde
wijze vallen.
Eene andere vraag is: hoe snel valt een ligchaam? En
met die vraag hangt eene tweede zamen: vallen alle lig-
chamen even snel? Op beide vragen kunnen alleen naauw-
keurige proeven antwoord geven.
Snelheid meten wij, door na te gaan, hoeveel wegs een