Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— G3 -
woorden, waar ergens hij zicii in hel vertreiv bevindl. Wij
gaan nog verder, met uit hel gehoorde le Lesluilen, hoever
het geluid van ons verwijderd is. In beide gevallen bedrie-
gen wij ons echter dikwijls. Meestal, wel is waar, zien wij,
dat het geluid juist de rigting verraadt, waarin wij trillende
ligchamen moeten zoeken. Verkeerdelijk echter leiden wij
daaruit af, dat dit altijd het geval is. Als men in de straten
van eene stad of van een dorp geluiden hoort, weet men
dikwerf uit vroegere waarneming, dat bijv. de klok, die men
hoort slaan, links hangt, terwijl het geluid van de regter-
hand schijnt te komen. Kunnen wij er dan, bij al ons hoo-
ren , nooit op rekenen, of hel ligchaam wel daar is, van
waar het geluid gehoord wordt? Die gevolgtrekking is niet
noodzakelijk, want als wij wel opletten, zien wij, dat de
vergissing dan alleen plaats heeft, als er zich lusschen ons
oor ende oorzaak des geluids, behalve lucht, ook nog an-
dere ligchamen bevinden. En dal kan ons niet bevreem-
den, want die ligchamen, ofschoon zij in staal mogten zijn
de geluidslrillingen over le nemen en aan de lucht wederom
af le geven, zullen toch een beletsel opleveren, daar de
voortplanting in eene en dezelfde middelstof gemakkelijker
geschiedt dan bij overgang in telkens verschillende middel-
sloffen. Hel is derhalve vooral de mededeeling door de
lucht, die om de in den weg staande ligchamen heen gaat,
waarmede men le doen heeft, en daardoor ontstaat verande-
ring in de rigting waarin men hoort. Op het vrije veld stem-
men gehoor en gezigt overeen omtrent de rigting, waar hel
ligchaam zich bevindt. Wij moeten dus eeniglijk dan op onze
hoede zijn, als er belemmeringen in onze nabijheid zijn.
Even zoo is het gelegen met ons oordeel over den afstand,
waarop wij verwijderd zijn van de oorzaak des geluids. Wij
hooren een geluid, dal sterker of zwakker is, en die waar-
neming is altijd juist. Maar daar de ondervinding ons ge-
leerd heeft, (jiat geluiden des te zwakker gehoord worden, hoe
verder de oorzaak verwijderd is, trekt ons verstand uil de
waargenomen sterkte een besluit omtrent den afstand, en
hierin kan het verstand dwalen, omdat een sterk geluid op
een' groolen afstand, en een zwak geluid op een' kleinen
afstand denzelfden indruk op ons oor kunnen maken.