Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— ca -
merkelijk is het voorkomen v;in troepen, die men in de
verte ziet marcheren. Zij loopen op de maat, en houden
toch niet volkomen gelijken tred, 't geen men aan de gol-
vende beweging der hoofden zien kan. En het kan ook
niet wel anders; want de muzijk gaat voorop, en zal dus
door de voorsten het eer.st, door de volgenden telkens iels
later, door de achtersten het allerlaatst vernomen worden.
Nog neemt men waar, dat het geluid des te zwakker gehoord
wordt, hoe verder men zich verwijdert. Dit is een gevolg
van de uitbreiding der trillingen, die bovendien naar alle
kanten plaats heeft. Bevinden zich eenige menschen rondom
het geluidgevend ligchaam, dan hooren zij alle tegelijk;
de trillingen deelen zich dus in alle rigtingen mede, en even
als de golven in het water, die van één punt uitgaan, hoe
langer hoe meer deelen in beweging brengen, maar daar-
door ook de beweging van elk deel geringer wordt, even
zoo zullen op grooten afstand de trillingen zwakker worden,
en dus ook de indrukken op ons gehoor verflaauwen.
Hoe ver het geluid kan worden vernomen, dit hangt dus
af van de oorspronkelijke sterkte, maar tevens van de meer
of min gunstige omstandigheden,, waaronder de voortplan-
ting van hetzelve geschiedt. Het voorbeeld van den groot-
sten afstand, waarop geluid is gehoord geworden, levert hel
laatste beleg van Antwerpen, waarvan wij lezen, dat men
het geschutgebulder tot in het Saksisch Hartsgebergte, en
dus op eenen afstand van 80 geographische mijlen, heeft
waargenomen.
Roepers en buizen, waarvan men zich somtijds bedient,
ten einde de stem verder te doen reiken , zijn daarom zoo
doeltreffend, daar zij vooreerst het geluid door hun mede-
trillen versterken, maar vooral ook omdat zij door het ge-
luid te bepalen bij de rigting, die men het wil uitzenden,
de verspreiding daarvan naar alle kanten verhinderen.
Bij het hooren onderscheiden wij niet alleen de soorten
van geluiden, hunne sterkte of zwakte, maar ook de plaats
van het geluidgevend ligchaam. In vele gevallen kunnen
wij, zoodra wij eene klok hooren, zeggen of die klok vóór
of achter ons, aan onze regier- of linkerhand hangt. Als
in een donker vertrek iemand spreekt, merken wij aan zijne