Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 60 -
dekt of toestopt, en in het ander het uiteinde Lrengt van
een koord, waaraan een metalen, liefst zilveren lepel hangt,
dan zal hel tikken van den lepel, tegen eene tafel hijv., ons
de gewaarwording geven van hel gehom eener zware klok.
De trillingen van den lepel veroorzaken overeenkomstige
trillingen in het koord en planten zich op die wijze op
hel trommelvlies over. Het is zeer mogelijk, wat geloof-
waardige Lerigten vermelden van onbeschaafde volken, wier
zintuigen meestal scherper zijn dan de onze , om met hel
oor op den grond aan hel dreunen daarvan hel naderen
van krijgsvolk, dal zich nog op een' aanzienlijken afstand
lievindl, te bemerken. Dat dreunen toch is niet anders dan
de voortgeplante trillingen, die van den grond door het
oor worden overgenomen.
fiehalve in zeer enkele gevallen, waarvan wij er een paar
aanhaalden, schijnt het ligchaam, dal ons de geluidstril-
lingen moei overbrengen, le ontbreken. Doch de geheele
ruimte waarin wij leven, is met lucht vervuld, en dat hoogst
veerkrachtige ligchaam is bij uitstek geschikt om, in aanra-
king met het geluidgevend voorwerp, op zijne beurt in tril-
ling le geraken en hel geluid op ons zintuig voort le planten.
De goeile diensten, welke de lucht te dezen aanzien bewijst,
blijken uil de navolgende proef. Plaatst men onder de klok
eener luchtpomp een wekkertje op eene katoenen onderlaag,
om de mededeeling van geluid door behulp van belendende
vaste ligchamen zoo al niet uit te sluiten, althans aanmer-
kelijk te verzwakken, dan zal het de lucht in de klok, die
het wekkertje omvat, wel moeten zijn, die ons hel likken er
van doet hooren. Ten volle overtuigen wij ons, dat het in-
derdaad zoo is, als wij vervolgens de klok luchtledig pom-
pen : het geluid neemt dan al af in sterkte en is len laatste
naauwelijks meer le vernemen-, maar zoodra aan de lucht weer
vrije toegang gegeven wordt, krijgt het geluid zijne vorige
duidelijkheid terug. Wij worden in die overtuiging bevestigd
als wij bedenken, dal hoe kouder en dus hoe digter de vrije
dampkringslucht is, des te sterker alle geluid gehoord wordt,
maar vooral als wij in aanmerking nemen, dat, omgekeerd
op hooge bergen, en bovenal in luchtballons, naar de ge-
tuigenis van luchtreizigers, de voortplanting van hel geluid