Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 5!) -
waar geene op- en neergaande beweging voorhanden is. Dien
len gevolge verzamelt zich al het zand naar die plaatsen van
rust, de zoogenaamde knooplijnen, en vormt de fraaiste fi-
guren, die voor dezelfde ruit, mits zij geheel op dezelfde
wijze behandeld wordt, alsvvanneer steeds de eigen toon
zich laat hooren , altijd dezelfde zijn, terwijl zij voor ver-
schillende toonen ook geregeld verschillen.
Bij gemis aan eene dergelijke glasruit (of metalen plaat, die
evenzeer voor gezegde proef kan worden gebezigd) zal men
het verschijnsel, ofschoon dan ook minder duidelijk, kunnen
waarnemen aan een' fijngeslepen' roemer. Vult men dien
bijna boordevol met vocht, en strijkt men hem ergens tegen
een bepaald punt van den rand met een' strijkstok, dan geeft
hij een' toon, en het vocht, dat de trillingen van het glas over-
neemt, zal de regelmatigheid dier bewegingen aantoonen.
Het laatst aangevoerde, dat de trillingen van het geluid-
gevend ligchaam op belendende voorwerpen blijkbaar wor-
den overgebragt, leidt ons van zelf tot de verklaring van
het hooren. Drukt men eene stalen stemvork, na ze te heb-
ben aangeslagen, terstond met de punt tegen het een of
ander ligchaam aan, zoo zal dit mede trillen en het geluid
versterken. De gestreken snaar eener viool brengt de ge-
iieele kast van het instrument in zeer merkbare trilling.
Spant men een vliesje of ook een blaadje dun papier strak
over een houten raampje heen, dan zal, als men dat
raampje met een voorwerp in aanraking brengt, dat een'
krachtigen vollen loon geeft, of het maar op korten afstand
daarvan houdt, het vlies of papier insgelijks a^n het trillen
geraken, en wel zóó sterk, dat eenig zand, hetgeen er te
voren op gestrooid was geworden, in hevige beroering komt.
In het oor bevindt zich nu ook een vliesje, het trommel-
vlies geheeten, en het is daaraan, dat de trillingen van het
geluidgevend ligchaam worden overgedaan, waardoor de
gehoorzenuw, die achter dat trommelvlies geplaatst is, een
indruk ontvangt, dien zij overbrengt naar de hersens. De
vraag is nu nog maar: hoe deelen zich de geluidstrillingen
aan hel trommelvlies mede? Het antwoord ligt voor de
hand: door middel der ligchamen, die zich tusschen het
geluid en het oor in bevinden. Als men het eene oor be-