Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 58 —
trillen. Wil men hiervan eene overtuigende proef nemen,
zoo spanne men eene snaar derwijze, dat zij met een' strijk-
stok gestreken, een' goeden loon geeft. Men neme voorts
eenige smalle strookjes papier van Lijv. 4 strepen lengte
en minder dan eene streep breedte-, men vouwe die in 't
midden toe, en zette er eenige van op de snaar. Strijkt men
nu de snaar op nieuws, zoo ziet men de papiertjes door de
trilling alle opspringen; het papiertje, dat op het midden
geplaatst is, waar de snaar de grootste beweging heen en we-
der maakt, springt het hoogste-, de andere des te minder,
naar mate zij digter Lij de bevestigde einden zich bevinden.
Men ondersteune verder de snaar door een kammetje juist in
het midden, en strijk'e weder, dan zal niet alleen de helft,
die gestreken wwdt, trillen, maar ook de andere helft, en
bij beiden zal men door middel van die papiertjes, ruitertjes
geheeten, zien, dat (ïe middelste punten die zijn, welke
zich het sterkst bewegen. Men brenge vervolgens het kam-
metje op een derde van de lengte, en strijke dat derde deel
wederom zuiver aan, dan zal men waarnemen, dat het punt,
't welk op twee derde afstands gelegen is, mede in rust
blijft-, dal de beweging daarentegen hel sterkste is op een
zesde, drie zesde en vijf zesde der lengte-, dat de snaar zich
dus in drie deelen van gelijke lengte verdeeld heeft, die ie-
der afzonderlijk trillen. Hetzelfde gebeurt bij eene onder-
steuning op een vierde, een vijfde, enz. der lengte. Onder-
steunt men daarentegen in zulk een punt, dat de lengte van
het gestreken deel geen evenmatig deel van die der geheele
snaar is, dan heeft er ook geene regelmatige verdeeling van
trillingen over de snaar plaats, en ons oor verneemt geen'
zuiveren toon.
Iets dergelijks kan men zien bij eene vierkante glasruit,
waarvan de rand zóó afgeslepen is, dat men met een' strijk-
stok tegen dien rand kan strijken , en alzoo een' helderen
toon kan doen ontstaan. Die toon zal verschillen naar de
plaatsen waar men de ruit vasthoudt en strijkt, doch indien
hij maar zuiver is, trilt de ruit op eene hoogst regelmatige
wijze, die voor het oog zeer zigtbaar wordt als men ze te vo-
ren met fijn zand bestrooid heeft. Dat zand toch zal even als
de ruitertjes op de snaar, overal opspringen behalve daar,