Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
57 —
beelden. Trillen kunnen daarenboven alleen ligchamen,
die veerkrachtig zijn. Metaal bijv. is veérkrachlig, en eene
metalen schel, eene metalen klok, een triangel, een me-
talen staafje, dat aan een uiteinde vastgehouden wordt,
geeft geluid, zoodra men er tegen stoot-, eene glazen plaat,
een stuk steen insgelijks; eene snaar, een koord, een trom-
melvel geven enkel een duidelijk geluid, als zij gespannen
zijn , waardoor zij genoegzamen tegenstand bieden niet al-
leen, maar ook meer veêrkracht ontwikkelen.
Trilling is eene heen- en weder gaande beweging der
deelen, geen verplaatsing van het geheele ligchaam. Als
wij het geheel snel heen en weder bewegen, ontstaat er
geen helder geluid, maar dan alleen, als de stoot de deelen
onderling in beweging brengt, waarbij het voorts nog een
vereischte is, dat de trilling een' zekeren spoed hebbe. Eene
•zeer lange ijzeren staaf geeft, wanneer zij aan een uiteinde
wordt ingeklemd en gestooten, weinig geluid; duidelijker
wordt dit bij eene kortere staaf, die wij spoediger zien heen
en weder gaan, en het duidelijkst bij eene zeer korte, waarbij
de trillingen zoo spoedig elkander opvolgen, dat wij ze niet
meer vermogen te onderscheiden. '
Juist omdat er trilling noodig is, mag de klepel na den
stoot niet tegen de klok aan blijven rusten, want dan zou
hij de trillende beweging belemmeren en verstoren.
Een harde stoot geeft een sterk geluid, een zachte stoot
een zwak geluid; een harde stoot brengt het ligchaam ver-
der uit zijn' gewonen stand , buigt bijv. de snaar verder in
dan een zachte; de sterke geluiden worden dus voortge-
bragt door trillingen van aanmerkelijke uitgebreidheid, de
zwakke door trillingen van weinig uiigebreidlieid.
Onder de menigte van geluiden onderscheiden wij vooral
die, welke, terwijl zij aangenaam voor het gehoor zijn, een'
meer- of minderen tijd aanhouden, en die wij muzikale
toonen noemen. Dat deze ontslaan, wanneer het geluidge-
vende ligchaam in elkander opvolgende snelle trillingen ge-
raakt die gelijk van duur zijn, kan men in vele gevallen zigt-
baar maken. Wanneer eene snaar een' zuiveren toon geeft,
trilt óf de geheele snaar, of wel hare beide helften , óf zij ver-
deelt zich in een aantal gelijke deelen, die ieder afzonderlijk