Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 56 -
niet te verraden door zijne beweging, ook dan wanneer
het onmogelijk is dat hij gezien wordt! zeer zeker zouden
wij nog meer iedere beweging hooren, als wij daaraan be-
hoefte hadden , en er ons dus meer moeite toe gaven. De
blinde hoort veel van 't geen den ziende ontgaat, niet om-
dat deze 't niet ook zou kunnen hooren, maar omdat hij
het minder noodig acht er naar te luisteren, daar hij de
ligchamen en hunne bewegingen gemakkelijker door zijn
gezigt gewaarwordt.
Wij mogen het er derhalve voor houden, dat geluid door
beweging van ligchamen veroorzaakt wordt. Maar niet elke
beweging brengt daarom een duidelijk hoorbaar geluid voort.
Vele bewegingen worden slechts met moeite gehoord, an-
dere zeer gemakkelijk-, dat dit van den aard der beweging
afhangt, blijkt daaruit, dat als wij opzettelijk geluid willen
voortbrengen, wij eene bepaalde soort van beweging maken.
Hoedanig die beweging moet zijn, laat zich het best na-
gaan aan het schellen, het klokluiden, aan het slaan op
de trommel, aan het spelen op 't klavier, den triangel of
eenig ander muzijkinstrument. «
Bij eene schel of klok wordt het geluid voorlgebragt door
het aanslaan van den klepel tegen den binnen- of buiten-
wand der schel of klok, doch dat aanslaan geschiedt maar
een oogenblik , waarna de klepel zich weder van de schel,
of omgekeerd, de klok van den klepel verwijdert; gebeurt
dit niet, en blijven beiden in aanraking, dan houdt het ge-
luid bijna dadelijk op. Even zoo stoot de trommelstok maar
een oogenblik tegen het trommelvel, en wordt dan weder
opgei igt. Op het klavier worden de toonen mede te weeg
gebragt door zeer korte stooten tegen de snaren.
Het ligchaam nu dat gestooten wordt, de schel of klok,
het trommelvel of de snaar geraakt op die wijze in eene tril-
lende beweging. Wij voelen die duidelijk, als wij onmid-
dellijk na den stoot het ligchaam betasten. Een korte stoot
tegen een ligchaam, dat zonder merkbaren tegenstand ter
zijde uitwijkt en daardoor niet in trillende beweging geraakt,
geeft geen of ten hoogste een zeer zwak geluid, een stoot te-
gen wol, katoen, tegen een loshangend touw of eene losse
snaar, tegen een' klomp klei of was, zijn hiervan voor-