Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
X.
Over hooren en geluid.
Met (le veêrkraclit der ligchamen staat in een naauw ver-
hand het ontstaan van geluiden en het hooren,
Hooren is eene gewaarwording door middel van de ooren,
maar eene gewaarwording van eene eigene soort. Het oor
kan even als andere ligcliaamsdeelen voelen. Als wij het
oor aanraken, er tegen drukken of stooten, dan merken
wij zulks, doch op geen andere wijze dan of eenig ander
ligchaamsdeel den indruk ontvangen had*, hooren is iets wat
daarvan geheel verschilt. Hetgeen wij hooren , noemen wij
geluid. Een ieder weet hij het gebruiken dier heide woor-
den, wat daarmede hedoeld wordt. Wat intusschen hooren
en geluid eigenlijk is, daaromtrent geven zij ons geenerlei
opheldering. Daartoe is het noodig, dat wij de aandacht
vestigen op 't geen er bij het hooren van geluiden valt waar
te nemen.
De dagelijksche ondervinding leert ons,^dat, als alles oni
ons heen geheel in rust is, er geen geluid gehoord wordt;
wij duiden dit aan niet te zeggen dat het stil is. De beide
spreekwijzen: in rust zijn en geen geluid geven, stilzijn,
worden door ons gebezigd alsof zij van dezelfde beteekenis
waren. Nog meer, wanneer wij naauw toeluisteren, over-
tuigen wij ons, dat bijna nooit een ligchaam zich beweegt,
of er wordt eenig geluid gehoord, en wel een geluid, dat
verschilt naar den aard van het liijchaam, dat zich be-
O '
weegt. Het gaan, loopen, springen, zelfs het ademhalen
van menschen; het zwemmen en vliegen van dieren; het
rijden van wagens; het slaan en stooten tegen hout, steen,
glas en metaal; het scheuren van linnen, papier, zijde;
het branden van een vuur, het koken van water, het uitgie-
ten van vocht, het stroomen van lucht, alles geeft geluid.
Wij zeggen daarom bij verkorting, dat wij bijv. een rijtuig
hooren, maar meenen daarmede , dat wij een geluid hooren,
dat van een rijtuig afkomstig is.
Hoe moeijelijk is het niet, zich zóó le verplaatsen of le
verroeren, dat men niet gehoord wordt! Hoe voorzigtig
moet de jager zijn, om aan het wild zijne tegenwoordigheid