Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 54 —
aan een naauvvkeurig onderzoek onderwerpen. Al die ver-
schijnselen zullen ons overtuigen, dat voor een' bepaalden
evenwigtstoestand van eenig ligchaam gevorderd wordt, dat
de stofdeelen zich op bepaalde afstanden van elkander be-
vinden. Immers maakt men die afstanden grooter door uit-
rekking, of kleiner door persing, dan herstellen zij zich van
zelve weèr, gelijk men zegt; er heeft, voor zoover noodig,
inkrimping en uitzetting plaats. Maar van zelf gebeurt er
niets; alle werkingen hebben oorzaken die wij in 't alge-
meen krachten noemen. Aan een overwigt van het ver-
mogen van zamenhang, waarmede wij reeds bekend zijn ge-
worden, schrijven wij toe, dat de met geweld op onna-
tuurlijk vergrooten afstand gebragte stofdeelen elkander
weêr naderbij komen. Doch daarmede is de aard der zoo-
genaamde veerkracht nog niet volledig verklaard. De ver-
schijnselen wijzen nog op eene andere kracht, die zich als-
dan openbaart, als de stofdeelen op al te gering een'
afstand van elkander mogten geraken, en die dus noodza-
kelijk in een afstootingsveimogen bestaat. Die twee krachten,
het vermogen van zamenhang en van ajstooting, bestrijden
elkander gedurig en houden elkander in bedwang, waar-
door het schoonste evenwigt en de tegenwoordige orde van
het geschapene gehandhaafd wordt. In de onderlinge ver-
houding toch, die tusschen beiden bestaat, ligt de grond
der drie toestanden van vastheid, vloeibaarheid en lucht-
i'ormigheid, die wij aan de ligchamen waarnemen. In laatst-
vermelden toestand heeft blijkbaar het vermogen van terug-
stooting de overhand. Want de deeltjes van een gas of damp
trachten zich zoo ver immer mogelijk van elkander te ver-
wijdéren en oefenen eene drukking rondom zich uit, die
men hunne spanning noemt, anders hunne veerkracht, ver-
mits deze zich bij de luchtsoorten en dampen toch enkel tot
afstooting bepaalt. IJs, water en stoom leveren ons een
voorbeeld van een zelfde ligchaam, dat in die drie onder-
scheiden toestanden voorkomt. Dat wij de meeste metalen
nog niet in den vorm van damp kennen, is hoogst waar-
schijnlijk daaraan toe te schrijven, dat wij er tot dusver
niet in mogten slagen een' genoegzamen graad van hitte te
weeg te brengen.