Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 52 —
wijken en andermaal eene Logt aannemen; waarbij bet dus
op nieuws uitgerekt wordt. Dezelfde veerkracht belet het
alweder in dien stand te blijven, en de eigen bewegingen
iïerlialen zich eenige keeren achter elkander, en wel zóó,
dat de uitwijkingen van de middelste deelen van het touw
naar beide zijden het grootst zijn, en de deelen, die meer
naar de bevestigde uiteinden gelegen zijn, des te minder
uitwijken, naar mate zij minder ver daarvan verwijderd zijn.
Wij noemen die heen- en wedergaande beweging somtijds
slingering; bij houten planken zweeping. Geschiedt zij met
eenigen spoed, zoodat wij ze met het oog niet meer ver-
mogen na te gaan , dan geven wij haar den naam van tril-
hng, Is bet touw lang genoeg , dan zien wij die beweging
duidelijk; is het korter, dan wordt het bezwaarlijk, ja ein-
delijk onmogelijk ze in bijzonderheden na te gaan-, maar men
kan ze voelen, wanneer men het touw even met den vinger
aanraakt, 't geen mede het geval is met de snaar van eene
viool of eenig ander muzijkinstrument. Uit het gezegde
blijkt, dat alleen een veerkrachtig ligchaam in zulke tril-
lingen geraakt. Waar wij dus deze waarnemen, mogen wij
besluiten, dat het ligchaam tot de veerkrachtige behoort-,
en het is op die manier, dat wij ons zelve gemakkelijk
overtuigen kunnen, dat veêrkrachtigheid eene zeer alge-
meene eigenschap der vaste ligchamen is. lïet dreunen van
de straat en van de muren van een huis, wanneer een zwaar
rijtuig voorbij rijdt, geeft te kennen , dat de straatsteenen en
de muren der huizen veerkrachtig zijn. Een stoot brengt
eene koperen klok , een bier- of wijnglas insgelijks in eene
zeer voelbare trilling, een nieuw bewijs, dat metaal en glas
veerkrachtig zijn. Dat bewijs laat zich ook op vloeistoffen
toepassen : itnmers ook deze kunnen door een' stoot in tril-
lende beweging gebragt worden. Giet men een bierglas vol
water, en stoot men even tegen den rand, zoodat het
glas trilt, dan ziet men dikwerf de oppervlakte van het
water in eene dergelijke sterke beweging komen, die nog
duidelijker wordt, als men le voren een fijn poeder, wat
hars bijv., op het water gestrooid heeft. Men kan de proef
ook aldus inrigten, dat men een stuk van eene glasruit
neemt, daarop eene dunne laag water giet, vervolgens