Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 49 —
Bros- en taaiheid zijn wederom twee eigenschappen, die
tegen elkander overstaan. Wordt er weinig kracht vereischt
om een hard ligchaam te breken, dan zegt men dat het
bros is, bijv. gehard staal, glas. Kost het daarentegen veel
kracht om een week ligchaam in tweeën te trekken, dan
kent men aan hetzelve taaiheid toe-, leder kan daarvan tot
voorbeeld dienen. Men noemt eindelijk een week ligchaam
kneedbaar, welks deelen zich gemakkelijk van elkander laten
scheiden, dat bovenal het geval is met klei.
IX.
Veêrkracht der ligchamen. Terugstootingsvermogen.
Als men een reep lood of een stuk tin buigt en daarna
loslaat, zoo blijven zij gebogen. Een ganzenschacht daar-
entegen, een ivoren vouwbeen, een baleintje, eene houten
lat, een boomtak herstellen zich van de buiging die wij
ze voor 't oogenblik doen ondergaan, zoodra zij weêr vrij-
gelaten worden. Zet men een' hoepel regt overeind op den
grond, en drukt men hem met de hand een weinig in, dan
is hij na het opheffen der hand toch weêr even rond als te
voren. Hetzelfde gebeurt, sterker nog, met stalen veêren
van rijtuigen of van uurwerken. Zij keeren, zonder dat
wij er iets aan doen, van zelve tot hare vorige gedaante
terug. Eene opgerolde stalen veêr springt weêr los; eene
ontrolde veêr rolt, losgelaten, zich zelve weêr op. Ligcha-
men nu , die laatstgemelde verschijnselen vertoonen, heeten
veerkrachtig; een baleintje, eene lat, enz. worden gezegd
te veêren. Haren van menschen en dieren doen dit mede
in hooge mate; zoo ook zijde- en spinragdraden, en vooral
de naar die eigenschap genoemde veerkrachtige gom. Zijden
stoffen, en niet het minst het Chinesche krip, kan men
frommelen, zonder dat er kreuken in komen. Duwt men
voorzigtig met den vinger ergens tegen een spinneweb , zoo-
dat het geheel wordt ingebogen, en laat men het vervol-
gens weer aan zich zelf over, zoo zijn de draden terstond
weêr even regt gespannen als te voren. Buigt men een
stukje gom-elastiek, het herneemt zijn' oorspronkelijken
vorm, zoodra men met het buigen ophoudt. Merkwaardig