Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 4C —
den hodeni •, iels dergelijks ziet men, wanneer men naauw-
keurig liet loopen van sommige diertjes op liet water na-
gaat, elke poot veroorzaakt eene kleine diepte, maar de
diertjes zinken er niet in. Al die voorwerpjes zouden, daar
zij zwaarder zijn dan water, uit dien hoofde moeten zinken
en zulks des le eer wegens de bijzondere kracht die het wa-
ter er op uitoefent. En toch drijven zij, enkel door de kracht
van onderlingen zamenhang der vloeistofdeeltjes, die hier
zóóveel meer bedraagt dan de genoemde aantrekking op de
vlottende ligchaampjes zelve, dat de grootere zwaarte van
deze niet eens in staat is tegen dat meerdere op te wegen,
en alzoo den zamenhang van het water te verbreken.
VIII.
Buigzaamheid. Rek- cn Persbaarheid.
Wij hebben gezien, dat wij ons alle, en dus ook de vaste
ligchamen moeten voorstellen als te bestaan uit stofdeelen,
die op uiterst geringe afstanden van elkander geplaatst, maar
tevens door de kracht van zamenhang aan elkander verbon-
den zijn. Terwijl bij vloeistoffen de deelen, al worden zij
gescheiden, daarom toch bij hereeniging niet minder zamen-
hangen dan te voren, zoo is het te dezen aanzien met vaste
ligchamen anders gesteld. Hunne stofdeelen kunnen alleen
tot zekere mate verder van elkander verwijderd worden, of
de zamenhang is opgeheven , het verband is verbroken en
kan niet meer geheel als vroeger hersteld worden. De
vatbaarheid die vele vaste ligchamen bezitten om eene an-
dere gedaante aan te nemen, doordien sommige stofdeelen
om andere heenbewogen zijn geworden, zonder eenig nadeel
aan den zamenhang toe te brengen, noemen wij buigzaam-
heid, Nemen wij bijv. een liniaal, en trekken wij daar-
op eene regte krijtstreep, dan liggen die deelen waarover
de krijtstreep heen getrokken is, in eene regte lijn. Bren-
gen wij nu de uiteinden nader bij elkander, dat is, bui-
gen .wij het liniaal, dan zal de streep eene kromme lijn
geworden zijn, dus zijn dan ook de daaronder liggende
houtdeeltjes niet meer op eene regte lijn gelegen, hunne
onderlinge plaatsing is veranderd-, en te gelijker tijd is