Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 43 —
men bedraagt; bij wijdere buisjes gaat die opklimming niet
zoo ver, bij naauwere nog verder. Een dergelijk verschijn-
sel zien wij, als wij, in plaats van een buisje, twee vlak-
ke en behoorlijk gereinigde glazen platen bezigen en die
zóó aan elkander brengen, dat de randen aan den eenen
opstaanden kant elkander aanraken, en dat zij aan den
anderen kant, door een tusschengestoken houtspaan of toe-
gevouwen kaarteblad, een weinig van elkander afstaan.
Houdt men die dan regt op en neèr in het water , zoodat hun
onderkant er even ingedompeld is, dan ziet men het water
er overal tusschen opklimmen, en daar het meest, waai'
de beide platen tegen elkander liggen: is het glas ter dege
schoon, dan vormt de bovenkant van het water eene i-e-
gelmatig gekromde lijn.
Dat opzuigen van vocht tusschen glazen platen ziet men
dikwerf bij dakvensters, waar twee ruiten zóó op elkan-
der gelegd zijn, dat de onderkant der bovenste ruit aan
de bviitenzijde over den bovenkant van de onderruit heen-
gaat. Regent het nu, en stroomt de regen langs de boven-
ste ruit naar beneden, dan gaan de druppels over den on-
derrand heen, zij klimmen tusschen beide ruiten op, en loo-
pen over den bovenrand der onderste langs de binnenzijde
van deze naar beneden, waardoor dan binnen 's huis eene
lekkaadje wordt veroorzaakt. Dat opzuigen, en bij gevolg
dat inwateren, zal des le sterker plaats vinden, naar male
de ruilen digter tegen elkander aanliggen-, om hel le beletten,
moet men de ruilen of geheel en al op elkander doen sluiten,
hetgeen bij gewone, dal is niet geslepene glasplaten nooit
het geval is, of zij moeten zóó ver over elkander heenrei-
ken, dal hel water niet hoog genoeg er tusschen kan op-
klimmen, om over den bovenrand der onderruit te loopen.
Even zoo is ook het inAvaleren door zeer smalle reten, het-
geen bijv. bij niet naauwkeurig sluitende ramen plaats heeft,
aan opzuigen, d. i. aan aantrekking tusschen vaste ligcha-
men en vochten toe te schrijven.
Gelijk het waler in naauwe pijpjes en lusschen glaspla-
ten opklimt, zoo gebeurt hetzelfde in de ojieningen van een
ligchaam, welks ondereind in hel waler wordt gehouden.
IJangl men eene drooge spons met eene punt in water, dan