Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 42 -
de hand hangen; er moet dus eene aankleving plaats heh-
Len tusschen de huid en het water.
Het is eene bekende eigenschap van een aantal vloeistoffen,
dat zij aan vaste ligchamen blijven hangen; wij zeggen dan,
dat die ligchamen nat worden; wij zien dat bij hout, steen,
metaal, als het in aanraking gebragt wordt met water,
wijn, bier, melk, azijn, enz. Er zijn echter ook gevallen,
waarin het niet gebeurt. Als het oppervlak van een lig-
chaam met eene vettige slof besmeerd is, blijft er geen
water aan hangen; zoo is het ook bekend, dat de veêren
der watervogels niet nat worden in het water.
Die onderlinge aantrekking van ongelijksoortige stoffen is
weder eene hoogst belangrijke eigenschap. Zij komt veel-
vuldig in het dagelijksch leven voor; dikwijls trekken wij
er nut van; zij maakt het verbinden van verschillende lig-
chamen tot een geheel mogelijk, hetgeen wij kennen on-
der den naam van lijmen, plakken, metselen. Wij brengen de
stoffen maar los op elkander; de twee steenen met eene laag
versehen kalk er tusschen maken aanvankelijk geen geheel
uit; eerst na verloop van een langer of korter tijd wor-
den wij gewaar, dat zij inderdaad lot één geworden zijn.
Er heeft dus eene werking der steen- en kalkdeelen plaats,
en was die werking er niet, dan zou betgeen wij menschen
er aan mogten doen, niets baten; de steenen zouden geen'
muur, de muren geen huis worden: al wat wij er aan
verrigten, komt enkel hierop neder, dat wij de stoffen in
een' toestand brengen, waarin de kracht van zamenhang
kan werken.
De genoemde werking vindt vooral dikwerf plaats tusschen
vaste ligchamen en vochten. Wanneer men een glas voorzig-
tig inschenkt, kan men daarmede voortgaan totdat het wa-
ter boven den rand uitsteekt, zonder dat het overloopt. Het
is duidelijk, dat het glas het water terughoudt. Wanneer
water in eene kom in rust is, staat het overal even hoog
of waterpas, behalve aan den rand, maar wanneer men
een glazen buisje, dat 1 streep wijd, en onder en boven
open is, in water steekt, dan zien wij het water daarin op-
klimmen en eene zekere hoogte bereiken, die hooger is dan
die waarop het water er rondom staal, en omstreeks 3 dui-