Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 41 -
is dus nog te groot, om de kracht waarvan wij spreken
werkzaam te doen zijn. Bij andere stoffen zien wij hetzelfde.
Als wij, door de stukken tegen elkander te drukken, de
deelen nog digter bijeenbrengen, blijven zij toch meestal
niet aan elkander hangen. Dat gebeurt intusschen somtijds,
bij een stuk lood bijv., dat versch doorgesneden is, en
waarvan men de doorsneden tegen elkander drukt; en best
gelukt het bij elastieke gom, waarvan de deelen daarna dik-
werf weder even vast aan elkander zitten, alsof zij volstrekt
niet gescheiden geweest waren, mits men zorge, de doorge-
sneden stukken versch weder bij elkander te brengen.
Ook bij andere vaste stoffen intusschen zijn verschillende
bewerkingen mogelijk, waardoor de deelen tot een geheel
vereenigd worden, zoo als hameren en smeden. Door de
groote kracht worden hier de deelen zóó digt bijeenge-
bragt, dat zij eindelijk weder zamenhangen. Bestond er geene
kracht van zamenhang, dan zouden wij met die bewerkin-
gen het beoogde doel niet bereiken; het is dus hier niet
het hameren of smeden dat die uitwerkingen voortbrengt,
daardoor wordt alleen aan die kracht gelegenheid gegeven
om datgene te doen, wat ons zonder haar ondanks alle
moeite niet zou gelukken. Hoe belangrijk is dus voor den
mensch het bestaan dier kracht! Waar zij zich niet uit,
helpt ons werken niet; de smid weet, dat verroeste ijzer-
deelen onderling niet vasthouden, hoe hard hij ze op elk-
ander drukt. Ook bij vochten zien wij iets dergelijks.
Als twee waterdruppels op een glad oppervlak, bijv. op een
stuk glas, zeer digt bijeengeschoven worden, zien wij ze
plotseling ineenvloeijen en een' grooteren druppel vormen;
men kan dat zelfs meermalen herhalen, en daardoor een'
steeds grooteren druppel maken.
VH.
Zamenhang van ongelijksoortige Deelen.
Niet alleen gelijksoortige deelen, maar ook ongelijksoor-
tige , werken op elkander, of, gelijk men zich uitdrukt,
trekken elkander aan. Wanneer men de hand in water
steekt en ze er weêr uithaalt, dan blijven er waterdeelen aan