Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 39 —
andere ligchamen doen, die niet ondersteund worden? De
reden daarvan kan geen andere zijn, dan dat de deelen
elkander vasthouden. Eerst wanneer de druppel groot wordt,
wanneer het gewigt van het onderdeel grooter is dan de
kracht van zamenhang die het aan het bovendeel verbindt,
valt het af; waarbij het merkwaardig is, dat dat onder-
deel, zoodra het van het ander afgescheiden is, van zelf
weder eene ronde gedaante aanneemt. Is de kracht van za-
menhang bij verschillende vaste ligchamen niet even groot,
zij verschilt ook bij de vochten in sterkte, hetgeen blijkt
uit de ongelijke grootte der druppels van water, wijn-
geest , olie, azijn en andere vloeistoffen, die onder ge-
lijke omstandigheden zich vormen. Zoo zijn bijv. de wijn-
geestdruppels altijd kleiner dan de waterdruppels, wanneer
men ze bij een' zelfden warmtegraad en geheel op dezelfde
wijze laat ontstaan.
Wij zien dus , dat vloeistoffen tot zekere mate met vaste
ligchamen de eigenschap gemeen hebben, dat de deelen
elkander vasthouden, en dat die kracht bij de vaste ligcha-
men slechts grooter is dan bij de vochten. Er zijn dan ook
stoffen die den overgang tusschen beiden uitmaken. Boter is
in den winter, en ook des zomers wanneer het niet al te warm
is, een vast ligcliaam; maar wordt het zeer warm, dan smelt
de boter, zij gaat over in eene vloeistof; het juiste oogenblik
waarop zij van vast vloeibaar wordt, is niet wel naauwkeurig
aan te geven. Siroop is een ander voorbeeld van zulk een'
tusschentoestand. Bij groote warmte is zij vloeibaar gelijk
water; zij vormt ronde druppels bij het uitschenken, maar
in de koude wordt zij kalf vloeibaar, zij laat zich nog even
schenken, maar vormt in stede van druppels lange dra-
den. Hetzelfde is het geval met honig. Zoo als hier de
deelen aan elkander blijven hangen , doen zij het ook aan
de vingers, wanneer men ze aanraakt, zij kleven-, de half
vloeibare stoffen zijn daarom te gelijk kleverig. Wanneer
men een ligchaam in water steekt, en daardoor een' kuil
er in maakt, maar vervolgens dat ligchaam er weder
uittrekt, dan hernemen de waterdeelen terstond hunne
plaats, en het oppervlak is wéér effen. Bij eene halfvloei-
bare stof daarentegen kan men , door er een' vinger in te