Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 36 -
VI.
1 Zamenhang van gelijksoortige Deelen.
Wanneer wij een ligchaam verdeelen, en de deelen
weder op en naast elkander plaatsen, zoo als zij te voren
gelegen waren, dan maken zij, te zamen genomen , we-
der hetzelfde uit wat wij te voren zagen; maar er be-
staat dit verschil, dat de kleine ligchamen niet meer aan
elkander hechten, dat zij niet meer een geheel uitmaken.
Nemen wij een der kleine ligchamen op, dan blijven de
andere op hunne plaats liggen •, hadden wij datzelfde deel
fiangevat, toen het nog met de overige ee'n ligchaam
uitmaakte, zoo zouden wij bij het opligten daarvan ook de
andere deelen opgeligt hebben. Dat aan elkander vastzit-
ten der deelen is eene eigenschap van vele ligchamen, van
hout, van steen, van metaal, van glas, en wij noemen deze
daarom paste ligchamen; bij andere worden wij niet gewaar,
dat de deelen , die zich naast en boven elkander bevinden, in
die mate aan elkander vastzitten; dit laatste is het geval
met water, bier, melk, wijn, olie, azijn; aan dergelijke
stoffen geven wij den naam van vloeistoffen. Wanneer wij
een staafje in water dompelen , en het er weder uithalen,
zien wij dat een druppel water aan het staafje blijft
hangen ; dat heeft zich dus van de overige waterdeelen afge-
scheiden, en het blijkt, dat de deelen van den druppel niet
aan de overige waterdeelen vastzaten. Vloeijen noemen
wij het gemakkelijk heenschuiven van de deelen van een
ligchaam langs elkander; vandaar de benaming vloeistof.
Wat is de grond van dat verschil tusschen vaste ligcha-
men en vloeistoffen? Waaróm gaan al de onderste deelen van
een vast ligchaam mede naar boven, wanneer wij de bo-
venste opligten? met andere woorden, hoe komt het, dat
al de deelen van zulke ligchamen aan elkander vastzitten?
Deze vraag dringt zich daarom niet aan ons op, omdat het
verschijnsel zóó dikwerf voorkomt, dat wij, er aan gewoon
geworden , geen bijzondere aanleiding vinden om er over na
te denken. Ondertusschen, juist omdat het zoo dikwerf voor-
komt , verdient het meer dan anders onze aandacht, en wij
zullen zien, dat juist dat vastzijn der vaste ligchamen