Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 32 —
zelfde hoeveelheid stof beslaat inderdaad dezelfde ruimte aLs
vroeger, maar nemen wij er de tusschenruimten bij, dan
is de geheele ruimte grooter geworden; schijnbaar heeft
het ligchaam meer uitgebreidheid of grootte verkregen. Wij
moeten dus onderscheid maken tusschen de wezenlijke en
schijnbare grootte van een ligchaam.
Hoezeer die schijnbare grootte soms verschillen kan,
leert ons de ondervinding in het meten van stoffen bij de
maat. Het schudden van een ton met turf, het likken te-
gen een bakje met vogelzaad, maakt dat de turven of de
zaadkorrelljes zich beter vlijen, de open vakken kleiner
worden, en dezelfde ton meer turven , hetzelfde bakje meer
zaadjes kan bevatten, dan men eerst zou meenen.
In het dagelijksch leven bepaalt men hoeveelheden nu
eens door wegen, dan weder door meten. Als dezelfde hoe-
veelheid van een' zelfden aard altijd evenveel ruimte be-
sloeg, zou het geen verschil maken, maar dat is er ver van
af. Zou dus wegen niet wel de beste manier zijn om hoe-
veelheden te bepalen ?
Nemen wij een ligchaam, waarin zich vele en groote
openingen bevinden, bijv. een stuk hout dat niet van de
digtste soort is, en maken wij dat tot zaagsel, dan kunnen
de deelen nu nader bijeengebragt worden, dan zij vroeger
waren, zoodat het houtzaagsel minder ruimte inneemt, dan
het stuk besloeg: wij zeggen dan, dat houtzaagsel grooter
digtheid heeft dan hout. Steenpoeder daarentegen heeft
minder digtheid of meer ijlheid dan steen.
Maakt men kurk fijn , dan vindt men, dat het kurkpoe-
der maar | van de ruimte van het kurk in zijn geheel
beslaat; waaruit wij dus moeten afleiden, dat van de ruim-
te, die door een stuk kurk beslagen wordt, althans niet meer
dan I door de kurkdeelen zelve wordt ingenomen, en
dat 1 van die ruimte door de openingen wordt beslagen.
V.
De Deelen der Ligcliamen.
De ligchamen kunnen niet alleen in deelen verdeeld wor-
den ; maar vele bestaan blijkbaar, terwijl zij nog in hun