Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
men gesloten geheel, maar zijn sommige althans door groo-
tere of kleinere tusschenruimten van elkander gescheiden.
Het is derhalve niet onwaarschijnlijk, dat er ook in de
overige ligchamen zulke openingen aanwezig zijn, of-
schoon te klein om gezien te kunnen worden. Ja, blijkens
eene andere waarneming, moeten wij zelfs veel verder
gaan, en het er noodzakelijk voor houden, dat de stof-
deelen elkander nergens eigenlijk aanrai^en. Denkt men
zich een' leerling van het een of ander, waartegen gelijktij-
dig van alle zijden gedrukt wordt, dan neemt hij eene klei-
ner ruimte in dan te voren. Dat nu, zou niet mogelijk
zijn, als de deelen zonder eenige tusschenruimten onmiddel-
lijk aan elkander sloten*, en deze eigenschap, van zamen-
drukbaar te zijn, vindt men hij steen, glas, metaal, met één
woord hij eene menigte van die ligchamen, waarin op 't
oog geen tusschenruimten ontdekt kunnen worden. Nog
meer: wanneer men in den winter een' metalen draad neemt,
de lengte daarvan in eene warme kamer naauwkeurig meet,
en die meling herhaalt na den draad in de koude bui-
tenlucht gebragt te hebben, dan bemerkt men, dat hij
wat korter geworden is, hetgeen zich weder evenmin laat
verklaren, als men niet aanneemt, dat, althans in den
warmen draad, de deelen niet onmiddellijk aan elkander
grensden.
Het is op deze laatste wijze, dat men ook voor water en
lucht het bewijs verkrijgt voor ruimten tusschen de dee-
len. Heeft men eene wijde flesch met langen naauwen hals,
waarop een kurk gedaan en door de kurk een glazen pijp ge-
stoken isj laat voorts de flesch zoo ver met water gevuld
zijn, dat het tot eene zekere hoogte in de pijp staat-, brengt
men vervolgens de flesch des zomers in een' kouden kelder,
of zoo het winter is, uit de warme kamer in de koude bui-
tenlucht, dan ziet men na korten tijd, dat het water in de
pijp lager staat. Daar er nu niets uitgeloopen is, zoo is het
water ingekrompen, en dus moeten de stofdeelen digter bij-
eengekomen zijn , dan zij vroeger waren. Dat gebeurt nu
ook met lucht, en wel in nog veel sterker mate, gelijk
wij later zullen zien.
Tegen die zamendrukbaarheid staat eene andere alge-