Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 27 —
(ligt Lij het gezigt Lrengen. Het was dus de tegenstand dei-
lucht in de Llaas, die het zamendrukken belette.
Neemt men een ledig fleschje met naauwen hals, en giet
men daar water in, dan zien wij, als het ingieten wat spoe-
dig geschiedt, dat water er niet in dringen, maar grooten-
deels er buiten langs afloopen -, het is omdat wij, door den
hals met water te vullen, de lucht belet hebben naar bui-
ten uit te wijken. Ook bij een' wijderen hals gebeurt het-
zelfde dikwijls Lij schielijk inschenken, wanneer wij er een'
trechter op zetten, die juist in den hals past; maar ligten
wij den trechter een weinig op, zoodat, terwijl het water
door den trechter indringt, de lucht uit de flesch tusschen
hals en trechter uitwijken kan, dan gaat het ingieten ge-
makkelijk en zonder overstorten.
Zoomin als wij vocht in eene ruimte kunnen gieten ,
waaruit de lucht niet vermag te ontwijken, kunnen wij
vocht uit een naauwe opening uitschenken, als niet te-
gelijk lucht binnen kan komen. Als bij het theeschenken
uit een' trekpot het deksel juist op den rand sluit, en er
geen gaatje in het deksel is, wil de thee dikwerf niet uit
de tuit loopen. Men moet dan zoo langzaam schenken, dat
de tuit slechts ten deele door de uitloopende thee gevuld
is, en er eene ruimte overblijft, om de lucht binnen te laten.
Kan de lucht daarentegen door een gaatje in het deksel
binnenkomen, of ligt men het deksel op, dan gaat het schen-
ken veel spoediger.
Zelfs Lij een glas met zeer wijde opening, kan men ge-
waarworden dat lucht water tegenhoudt. Wanneer men
een Lierglas in de lucht omkeert en regtstandig in water
naar beneden brengt, dan zal men het water slechts even
van onderen het glas zien inkomen. En dat het de lucht
is die het water verhindert, wordt duidelijk, wanneer men
dezelfde proef doet met een glas zonder, of met doorboor-
den bodem, waarover men eene blaas gebonden heeft. Dan
gebeurt hetzelfde-, maar prikt men in die blaas eene ope-
ning, zoo ziet men dadelijk de lucht in bellen opstijgen,
en het water in het glas tot boven toe opklimmen.
Nog nader kan men zich overtuigen , dat er in een om-
gekeerd ondergedompeld glas lucht voorhanden blijft, die