Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 2C —
kom met water dompelen, zien wij uit de spons, door het
water heen, luchtbellen opborrelen, die zich als kleine ronde
blaasjes vertoonen. Wanneer wij een leèg fleschje, met
den hals naar beneden, in water dompelen, en het dan in
dier voege omkeeren, dat het geheel in 't water blijft,
maar dat de hals hooger dan de buik van het fleschje komt,
zoo zien wij insgelijks de lucht in eene reeks van bellen
uit het fleschje naar boven gaan. Nog duidelijker worden
wij dat gewaar, wanneer wij een bierglas in water het onderst
boven keeren, zoodat het vol water loopt-, het vervolgens
omgekeerd naar boven ophalen, maar zóó, dat de rand onder
water blijft, en dan weder het ledige fleschje in het water
dompelen, even als straks, en den hals onder het bierglas
brengen. Wij zien dan de luchtbellen uit het fleschje op-
stijgen in het bierglas, het water daaruit nederzakken en
het fleschje zich met water vullen.
Lucht is ook voelbaar. Wanneer wij de hand spoedig heen
en weder bewegen op een' geringen afstand van het ge-
laat, dan worden wij de lucht gewaar door een gevoel van
koude. Blazen wij, met behulp van een' blaasbalg, dan
wordt dat gevoel sterker. Is de lucht door andere oorzaken
in beweging geraakt, of, zoo als wij zeggen, waait de wind,
zoo is het wederom de lucht, die wij voelen. Ook door
het gehoor worden wij hier, en in andere gevallen, de aan-
wezigheid van de lucht gewaar. Wij zeggen dan : de wind
fluit, raast, of buldert; bij het eerste uilschenken van eene
volle flesch hooren wij het geluid van de indringende lucht,
liet zoogenaamde klokken der flesch. Het bestaan van lucht
als iets stoffelijks vordert, dat ook zij ruimte inneemt, en
dat in dezelfde ruimte tegelijk met de lucht geen andere
stofdeelen zich kunnen bevinden. Blaast men eene blaas op,
en bindt die toe, neemt men ze dan tusschen beide handen
I en drukt er sterk tegen, dan voelt men , dat men de blaas
niet kan ineenpersen, zoo lang de luclit ze van binnen vult.
Maken wij echter, al is het maar door een' prik van een
speld, eene kleine opening in de blaas, dan is het niet moei-
jelijk, de blaas geheel plat te drukken; maar dan hooren
wij ook onder het plat drukken de lucht door dat gaatje
naar buiten slroomen, en voelen het, wanneer wij de blaas