Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 23 —
Is die ondoordringbaarheid wezenlijk, eene eigenschap van
alle stof? Er zijn verschillende gevallen, waarin twee lig-
chamen tegelijk op dezelfde plaats schijnen te zijn. Wan-
neer ik een' priem in een stuk hout steek, of een' spijker in
een plank sla, dan schijnen priem, of spijker, en hout
gelijktijdig op dezelfde plaats te zijn. Dat is intusschen
niet het geval. Waar de spijker zich nu bevindt, waren
te voren wel deelen van het hout, maar op 't oogenblik
zijn die daar niet meer-, zij zijn ter zijde gedrukt. Dat
blijkt, wanneer men een paar regte krijtstrepen op het hout
trekt, en daar tusschen in den spijker slaat-, want dan
ziet men, dat de strepen krom zijn geworden, hetgeen aan-
toont dat sommige houtdeelen ter zijde zijn uitgeweken.
Hout en spijker zijn dus niet te gelijker tijd op dezelfde plaats,
maar het eene gaat uit den weg, en dan neemt het andere
die ruimte in. Zoo gebeurt het omgekeerd, dat als het
tweede ligchaam weggenomen wordt, het eerste zijne vorige
plaats herneemt. Steek bijv. een stokje in het mulle zand,
en haal het er vervolgens weder uit: van stonden aan heeft
de opening zich van nieuws gesloten. Trek eene kurk van
eene flesch, die er stevig op zat, de kurk is dadelijk dikker
geworden; zij heeft eene ruimere plaats ingenomen, dan waar-
toe het inwendige van den hals, waar zij met kracht was
ingestampt geworden, haar beperkt had.
Somtijds echter moeten wij wel erkennen , dat twee lig-
chamen tegelijk in dezelfde ruimte zich bevinden, wanneer
wij bijv. water op hout druppelen of op steen; wij zijn
dan zelfs gewoon te zeggen - het water dringt in het hout, in
den steen in. Hier althans zouden wij niet zeggen, dat de
hout- of steendeelen uit hunne plaats gaan, om ruimte te
maken voor de waterdeelen, en toch levert ook dat bij
naauwkeuriger toezien geen' grond, om uitzonderingen te
maken. Heigeen hier plaats heeft is inderdaad niet anders
dan wat wij duidelijker bij eene spons kunnen waarnemen.
Als daar water op druppelt, begrijpen wij dadelijk, dat dat
water zich plaatst in de holten, die er tusschen de spons-
deelen in zijn, en dat dus spons- en waterdeelen niet de-
zelfde ruimte innemen. Zoo zien wij ook aan het hout,
bij naauwkeurig onderzoek, dal er ledige tusscheiuuimten