Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 22 —
dieren en planten: elk van deze heeft eene eigenaardige ge-
daante, welke bij dieren van dezelfde soort en bij planten
van dezelfde soort steeds dezelfde is. Maar ook bij de niet
levende ligchamen vinden wij daarvan vele voorbeelden,
bijv. bij zout, suiker en aluin. Wanneer wij het grove zout,
dat nog niet fijn gestampt is, van nabij bezien, dan mer-
ken wij op, dat het eene gedaante heeft die zamengesteld is
uit een menigte leerlingen of dobbelsteenen, altijd op de-
zelfde wijze met de scherpe kanten aan elkander verbon-
den. Aluin vertoont zich onder eene andere, ofschoon ook
regelmatige gedaante. Zoo ook suiker, gelijk de standvastige
vormen van de zoogenaamde klontjes aanwijzen. Wanneer
men keisteenen die een hollen klank hebben, doorslaat, vindt
men inwendig somtijds ook regelmatige vormen. Waar die-
zelfde soort van ligchamen in den natuurstaat gevonden
worden, hebben zij altijd dezelfde vormen, niet altijd dezelf-
de grootte, en omgekeerd zien wij dien eigen' vorm van zout
bijv. alleen bij zout, nimmer bij suiker of aluin.
Nog hebben die eigenaardige vormen iets bijzonders, dat
zij namelijk, ofschoon niet door kunst gemaakt, altijd door
zuiver platte vlakken begrensd zijn •, men noemt zulke re-
gelmatige platvlakkige natuurligchamen kristallen.
Bij water, olie, bier, azijn en dergelijke zien wij dikwerf
regelmatige ronde of langwerpig ronde vormen : wij noe-
men die druppels. Zij vertoonen zich alleen bij kleine hoe-
veelheden ; grootere hoeveelheden hebben zelden eene zelf-
de gedaante.
III.
Ondoordringbaarheid.
Een tweede kenmerk der stof is de ondoordringbaar-
heid. Men verslaat daaronder, dat waar de slofdeelen van
ée'n ligchaam zich bevinden, niet te gelijker tijd die van
een ander ligchaam kunnen zijn. Leg ik een boek op de
tafel, dan kan ik daar wel een tweede boek boven op, of
naast aan leggen, maar ik kan het niet in dezelfde ruimte
brengen waar het eerste ligt. Waar de eene mensch staat,
kan niet op hetzelfde oogenblik een ander mensch slaan.