Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 3Ü8 —
Wij dienen hier nog bij te voegen, dat, ofschoon de aarde
zich bij haren omloop om de zon gedurende zes maanden
verwijdert van de sterren aan den eenen kant des hemels,
en gedurende de volgende zes maanden er weèr toe nadert,
dit echter, in vergelijking van den grooten afstand der vaste
sterren, zoo weinig bedraagt, dat er daarom uit die verplaat-
sing der aarde geene voor ons merkbare scliijnbare verplaat-
sing der vaste sterren voortvloeit. Ware dit het geval niet,
ware Fig. 123 de kring AB de weg der aarde, en ST twee
Fig. 123. sterren, dan zouden die
sterren, als wij ons in A
bevonden, veel verder
uit elkander schijnen te
staan, dan wanneer wij
ons in B bevonden-, maar
dit is niet het geval, om-
dat de geheele loopbaan
der aarde onmetelijk klein
is in vergelijking met de afstanden AS en AT.
Eindelijk hebben wij nog te vermelden, dat er onder
de sterren eenige weinige gevonden worden, die ook eene
eigene beweging hebben, die dus geene vaste sterren zijn; deze
noemt men planeten. Zij beschrijven mede kringen om de
zon, die zeer weinig van cirkels verschillen; en zij bevin-
den zich op afstanden van de zon, die ten opzigte van den
afstand der aarde eene vergelijkbare grootte hebben. De
meest zigtbare daarvan zijn van de vaste sterren te onder-
scheiden, deels door hare groote helderheid, deels daar-
door, dat wij ze nu eens bij sommige vaste sterren, dan
weêr bij andere aantreffen. De voornaamste en met het
bloote oog duidelijk zigtbare heeten Fenus, Mars, Jii-
piter en Satnrnus. Venus beschrijft een' kring om de zon,
die kleiner is dan die der aarde; de drie andere beschrij-
ven grooter kringen, die van Mars is ruim li, die van
Jupiter 5, en die van Satnrnus malen zoo groot. Die
planeten zijn ook bolvormige ligchamen; de middellijn van
Mars is omstreeks de helft van die der aarde, Jupiter is
11 malen, en Saturnus 9 malen zoo groot als de aarde.
Eindelijk loopen om Jupiter en Saturnus manen rond even