Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 39G —
aarde, dan Llijft, Lij die dagelijksche omwenteling, haar mid-
delpunt op zijne eigene jilaats, en alleen de punten op het op-
pervlak draaijen om eene lijn door dat middelpunt rond. Het
eerste is eene algeheele verplaatsing in de ruimte, het tweede
alleen eene omwenleling, waarLij de aarde, in haar geheel
genomen, niet van plaats verandert. De onderstelling, dat
het de aarde is die zich beweegt, is ook daarom eenvoudiger,
omdat dan de beweging van ét'n ligchaam toereikend is, om
de dagelijksche beweging van al de hemelligchamen te ver-
klaren, terwijl, wanneer het deze zijn die zich bewegen, wij
ons geheel het ontzaggelijk sterrenheir als in beweging
moeten denken. Wat het eenvoudigst is in de voorstel-
ling, heeft inderdaad ook in de werkelijkheid plaats-, het is
echter niet wel mogelijk hier te verklaren hoe men de
volledige zekerheid daarvan heeft kunnen verkrijgen. Alle
verschijnselen, die uit die dagelijksche beweging der aarde
voortvloeijen moeten, en die op andere plaatsen der aarde
■anders zijn dan bij ons, stemmen daarmede overeen. Om
maar één voorbeeld te noemen, dat tevens ter aanvulling
moge strekken van hetgene vroeger gezegd is: de damp-
kring deelt in die dagelijksche omwentelende beweging-,
hij blijft evenwel eenigermate daarin achterlijk, en ver-
mits de punten op den evenaar het snelst zich bewegen we-
gens den grooten afstand van de as der aarde, zal dat voor
die plaatsen dan ook het meest merkbaar zijn, en ziedaar
de oorzaak van de oostelijke rigting der passaatwinden.
Nadat men gevonden had, dat de dagelijksche beweging
niet aan de andere hemelligchamen, maar aan de aarde
toekomt, was het natuurlijk dat men verder ging, en ook
ten opzigte van de jaarlijksche beweging der zon en de
maandelijksche beweging der maan, die in dag schijnt
rond te loopen, gevraagd heeft, of ook die misschien enkel
schijnbaar waren, en insgelijks aan eene beweging der aarde
moesten worden toegeschreven? Het onderzoek daarover in-
gesteld, heeft het volgende geleerd. De jaarlijksche bewe-
ging der zon is ook maar schijnbaar-, het is de aarde, die
in 365j dag een kring om de zon beschrijft-, of, om
naauwkeuriger te spreken, het middelpunt der aarde be-
schrijft dien kring in zoovele dagen, terwijl de as der aarde