Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
395 —
vragen: zou liet misschien de aarde zijn, die zich Levveegt,
terwijl de zon en andere hemelligchamen stilstaan? Het
is niet moeijelijk, ons eene Leweging der aarde te denken,
juist zulk eene als hier vereischt wordt, om de schijnbare
beweging der hemelligchamen die wij waarnemen, te weeg
te brengen. Denken wij ons, dat de aarde om eene as
wentelt, en dat die omwenteling van het westen naar het
oosten plaats heeft, dan hebben wij eene beweging, die veel
eenvoudiger is dan de lot nu toe onderstelde-, en dat len
gevolge van zulk eene beweging, de zon en sterren ons
moeten toeschijnen kringen om ons heen te beschrijven,
van het oosten naar het westen, blijkt uit Fig. 121.
Zij in die figuur AA'A'^A"' de aarde, OZWN de kring
dien de zon om de aarde
gedurende een' dag schijnt
le beschrijven. Laat de zon
in O opkomen, in Z in 't
zuiden zijn en in W onder-
gaan, dan kunnen wij de zon
in O laten stilstaan en daar-
entegen onderstellen, dat de
aarde zóó ronddraait, dat het
punt A eerst naar A' komt,
vervolgens naar A", dan in
A'", om wéér op de oor-
spronkelijke plaats terug le komen. De waarnemer in A
ziet de zon in O aan zijne linkerzijde-, in A' gekomen, heeft
hij de zon in O voor zich; als hij in A" is, ziet hij haar aan
zijne regterhand-, in A''' eindelijk kan hij haar in 't geheel
niet zien, omdat de aarde zich lusschen hem en de zon he-
vindt. Eerst was het morgen bij hem, in A' is het middag,
' in A" avond geworden, en te middernacht is hij in A'".
Tusschen de beide bewegingen is vooreerst dit verschil, dat,
als de zon zich beweegt, deze eiken dag den zeer grooten cir-
kel OZWN moet afleggen, terwijl, wanneer het de aarde is
die zich beweegt, de waarnemer A in dienzelfden lijd alleen
den veel kleiner weg AA'A^'A'" heeft af te leggen. Doch er
is nog een tweede verschil. Als hel de zon is die zich beweegt,
dan verplaatst zich de geheele zon; is het daarentegen de