Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— i>I —
II.
Gedaante.
De ruimten welke de verschillende ligchamen innemen,
zijn niet alleen verschillend in grootte, maar ook in ge-
daante of vorm. Wanneer wij een' bouten dobbelsteen
die een palm lang, breed en hoog is, doormidden zagen,
en de beide helften weder aan elkander vastlijmen, dan
is hij in een langwerpig ligchaam veranderd, dat 2 palm
lang, 1 palm breed en J palm hoog is. De ruimte die
nu door het ligchaam wordt ingenomen, is even groot
gebleven, maar de gedaante is veranderd. Omgekeerd
kunnen twee ligchamen gelijke gedaante hebben, en toch
zeer in grootte verschillen. Een voorbeeld hiervan hebben
wij reeds gegeven in den biljartbal en den knikker, die
beiden volkomen rond zijn , die beiden bollen zijn, maar
waarvan de eerste veel grooler is dan de laatste. Maken wij
van klei een' bal van een pond gewigt, dan kunnen wij
dien bij weging verdeelen in acht stukken, die ieder IJ ons
zwaar zijn, en van die stukken kunnen wij weder kleinere
ronde ballen maken, die wij dan zullen bevinden, dat
juist half zoo groot zijn in middellijn, als de groote bal.
Ten opzigte der gedaante kunnen wij de ligchamen in
drie soorten verdeelen ; in die welke zeer lang zijn in verge-
lijking van hunne breedte en dikte, zoo als dunne draden,
staven, balken-, in die welke eene groote lengte,en breedte
hebben bij weinig dikte, zoo als een vel papier, een stuk
linnen, eene dunne ijzeren plaat-, en in die waar lengte,
breedte en dikte niet of niet veel van elkander verschillen, zoo
als een kogel, een teerling, een dier, een huis, een steen, enz.
Door allerlei bewerkingen, door snijden, slijpen, vijlen ,
dniaijen, boren, smeden, pletten, trekken, geven wij
aan de stoffen eene bepaalde gedaante en grootte. Maar
vele ligcliamen hebben van zelve, zoo als men zegt, eene
bijzondere gedaante, ook zonder dat zij eenigerhande kunst-
bewerking hebben ondergaan. Die gedaante is voor som-
mige altijd dezelfde, en daardoor een kenmerk om de eene
soort van de andere te onderscheiden. Dat is het geval met