Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 387 -
siual, en wel zoo, dat de Lolle kant regts van ons en dus
naar de zon gekeerd is. Den volgenden dag vinden wij haar
des avonds, bij zonsondergang, wat verder van de zon af,
(Jus meer naar het zuiden en wat hooger aan den hemel-,
zij blijft nog een weinig langer zigtbaar en gaat nagenoeg een
uur later onder dan den eersten dag; zij is dan iels bree-
der geworden. De volgende avonden wordt de lijd, dien zij
na zonsondergang zigtbaar is, al langer en langer. Na 7 da-
gen zien wij haar bij zonsondergang pas in 't zuiden staan;
te is dus weêr veel verder links van de zon , en vertoont
zich nu nagenoeg als eene halve schijf; men zegt dan, dat
het eerste kwartier is. Den dag wordt de maan ook aan
de linkerzijde bol, hetgeen vervolgens al meer en meer het
geval wordt; na 14 dagen is zij gelieel rond. Alsdan komt
zij eerst op omstreeks den lijd van zonsondergang; zij slaat
des nachts ten 12 ure in 't zuiden en gaat omstreeks 12
uren na de zon, dus des morgens, onder; wij zeggen dan,
dat het volle maan is. Daarop, terwijl zij al later en later
in 't zuiden komt, begint de schijf aan de andere zijde
af te nemen; den dag komt zij eerst om middernacht
op, en bereikt des morgens omstreeks 6 ure het zuiden. Nu
vertoont zij zich weder als eene halve schijf, maar juist an-
ders omgeplaatst dan den dag; men zegt dan, dat het
laatste kwartier is. Vervolgens wordt zij hol aan de regler-
zijde en komt eerst tegen den morgen op; wij zien haar dus
vóór zonsopgang in 't oosten, dat is regts van de zon,
en wederom is het de naar de zon toegekeerde zijde van de
maanschijf, die zich als geheel rond voordoet. Eindelijk
komt zij nog maar kort vóór de zon op en wordt zeer smal,
totdat zij op den en dag onzigtbaar wordt. Blijk-
baar bevond zij zich toen weêr nabij de zon; een paar
dagen later toch merken wij, dat zij deze voorbijgegaan
is en op nieuws links daarvan staat. Wij moeien haar dan
ook niet des morgens en in 't oosten zoeken, maar des avonds;
want, daar zij links van de zon staat, komt zij eerst na
de zon op, en laat zich alzoo des morgens niet gemakkelijk
vinden; des avonds daarentegen zal men haar, als het donker
wordt, in 't westen zien, daar zij eerst na de zon ondergaat.
Dezelfde verschijnselen herhalen zich nu weder op