Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 382 —
kromme lijn uit, die uit eene menigte omwindingen be-
staat; bet aantal dier omwindingen is gemakkelijk te
bepalen, daar elke winding de weg van een' dag is.
Wij kunnen ons de geheele kromme lijn niet beter voor-
stellen, dan door ons een' bol te verbeelden, en om
dezen een' draad derwijze rond te winden, dat alle win-
dingen naast elkander liggen, en te zamen het mid-
delste gedeelte van het oppervlak van den bol bedek-
ken; onder en boven blijft dan een gedeelte van den
bol onbedekt, en beide die onbedekte gedeelten zijn juist
even groot. De bol, dien het hier geldt, is de hemel-
bol, welken wij om ons heen zien. De kromme lijn, die
door de zon wordt doorloopen, en waarvan de opgewon-
den draad het beeld is, noemt men eene spiraallijn. Wij
kunnen dus zeggen: gedurende de zes maanden van De-
cember tot Junij klimt de zon langs eene oploopende spi-
raal ; gedurende de maanden van Junij tot December daalt
zij langs eene afloopende spiraal van evenveel windingen
weder af.
De beweging der zon, ten opzigte van ons zelve ken-
nende, kunnen wij gemakkelijk daaruit afleiden, wfelke
hare verplaatsing is ten opzigte der vaste sterren. Zij te
dien einde, in dezelfde Fig. 120, HSR^ de dagelijksche
loop der zon omstreeks 21 December, H'S'RV die om-
streeks Junij, en OS"Wy' omstreeks 21 Maart en 21 Sep-
tember. Laat de zon zich in December bij eene bepaalde
ster bevinden , en met deze hare dagelijksche omwenteling
volbrengen, dan zal zij, wanneer die ster den volgenden
dag in S is teruggekeerd, daar nog niet gekomen, maar
een weinig achtergebleven zijn; daaruit besloten wij straks
reeds, dat zij van de ster af een weinig naar de linkerhand
zich verwijderd had; maar wij hebben nu gevonden, dat
de zon eigenlijk niet den kring HSRj, maar eene naar
de pool opklimmende spiraalwinding doorloopt; zij zal dus,
wanneer de ster weder in s is teruggekeerd, nu van haar
geweken en na verloop van een maand bijv. gekomen zijn
in een punt a, dat iets links van S en tevens iets meer naar
de pool gelegen is; ten opzigte der ster is dus de zon , ter-
wijl zij met S te zamen omwentelde, bovendien verplaatst