Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 380 -
willekeur onafhankelijk; het is er mede even als met de
lengte van het etmaal, en die van dag en nacht. Wij kun-
nen zeggen: een jaar is de tijd die er verloopt van den dag
af, waarop de zon tegelijk met de eene of andere ster op-
komt, totdat zij dat op nieuws doet met dezelfde.
De dagelijksche beweging der zon verschilt dus voor-
eerst daarin van die der sterren, dat zij wat langzamer
geschiedt; doch er is nog meer verschil. Elke ster komt
allijd van hetzelfde punt van den horizon op, gaat aan
hetzelfde punt onder en rijst in 't zuiden telkens even
hoog-, ze beschrijft eiken dag denzelfden boog aan den
hemel. Bij de zon daarentegen is dit niet het geval.
Een ieder weet, dat de zon in den winter niet zoo hoog
rijst als in den zomer, en dal de tijd , gedurende welken
zij in den winter boven den horizon blijft, veel korter is
dan in den zomer-, wijders, dat het zoogenoemde lengen
der dagen van omstreeks den Qlsi«» December lot den
2|8teu Junij nagenoeg plaats vindt, waarna zij, gedurende
de rest van het jaar, de laatste week alleen uitgenomen,
weder korten.
Daar wij nu gezien hebben, dat de verschillende etma-
len niet, immers zeer weinig, in duur van elkander ver-
schillen, zal dus, wat de dag langer of korter is, de nacht
korter of langer wezen. Doch vanwaar dat onderscheid
in lengte voor beiden? Stellen wij, ten einde dat op het
spoor te komen, een nog naauwkeuriger onderzoek te werk
op de beweging der zon, en letten wij daarbij op de on-
derscheiden tijdperken des jaars. Zij in Fig. 120 A weder-
om de plaats van den waar-
nemer en ZWNO zijn horizon.
Wanneer wij omstreeks den
21"""December er opletten, in
welke punten van den hori-
zon de zon opkomt en onder-
gaat, dan vinden wij, dat het
eersle geschiedt in een punt
H, dat niet juist in 'toosten,
maar op eenigen afstand van
daar naar het zuiden ligt, en