Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 379 -
Het verschil in tijd voor een' zons- en sterreomloop
is wel niet groot, maar daaruit vloeijen toch belangrijke
gevolgen voort. Het is ons gebleken, dat eene ster in 4'
minder dan 24 uren te zelfder plaats aan den hemel
terugkomt. Zien wij dus heden ergens eene ster des avonds
ten 8 ure, dan zullen wij ze over 15 dagen reeds ten 7 ure
op de eigen plaats aantreffen, over eene maand van 30 da-
gen ten G ure, enz. Dit nu geldt van alle sterren even-
zeer, en er zal dus uit volgen, dat indien wij den ster-
renhemel eene maand bijv. later in denzelfden stand, ten
opzigte van ons zelve en van onzen horizon willen weder
vinden, wij daartoe twee uren vroeger hebben uit te zien,
of wel, dat op hetzelfde uur, ten 8 ure, de stand der sterren
juist diegene zgn zal, als wij eene maand vroeger eerst twee
uren later of ten 10 ure aanschouwd hebben. Op deze wijs
voortgaande blijkt het ons, dat de sterrenbeelden, die wij op
den l""" Januarij 's avonds in 't oosten zien, den 1'*®° April
op datzelfde uur reeds in 't zuiden zullen staan, en den
l""" Julij in 't westen zullen gezien worden. Die, welke
den 1''°" Januarij juist in 't westen ondergingen, zullen
omgekeerd den 1"°° Julij reeds weder in 't oosten opko-
men, als het even laat is-, die den 1''°" Januarij hoog in 't
noorden stonden, vinden wij op 't zelfde uur den 1"®" Julij,
als het sterren zijn die niet ondergaan, onder de poolster
weder in 't noorden. Na 12 maal 30 dagen zal alles zich
op dat uur weder even zoo vertoonen als nu. Het dage-
lijksch verschil tusschen de zon en de sterren is intusschen,
bij naauwkeurige meting, gebleken niet volkomen 4' te zijn,
maar eenige seconden minder; het is dus niet na 12 maan-
den, elke van 30 dagen of na 360 dagen, dat alle verschijn-
selen weder dezelfde zijn, maar na een' iels längeren lijd,
le weten na 365* dag, In dat tijdsverloop volbrengen de
sterren juist eene omwenteling meer dan de zon; ze hebben
derhalve dan 36Gj omdraaijingen volbragt. En het is jurst
omdat, na verloop van die 3G51 dagen, alle verschijnselen
zich eveneens herhalen, dat men dat tijdvak een' eigen'
naam heeft gegeven, en wel den naam van jaar. De lengte
van een jaar is dus niet willekeurig door menschen bepaald,
maar door bewegingen aan den hemel, geheel van onze